Art. 4 Verordening (EG) nr. 1260/1999, Doelstelling 2
Verordening (EG) nr. 1260/1999
1. De regio's waarop doelstelling 2 betrekking heeft, zijn zones met structurele problemen, waarvan de economische en sociale omschakeling overeenkomstig artikel 1, onder 2, moet worden ondersteund en die een bevolking of oppervlakte van enige omvang hebben. Zij omvatten vooral de zones waar sociaal-economische veranderingen in de industrie en de dienstensector plaatsvinden, de plattelandszones die door achteruitgang worden getroffen, de in moeilijkheden verkerende stedelijke zones en de van de visserij afhankelijke zones die zich in een crisissituatie bevinden.
2. De Commissie en de lidstaten spannen zich in, om ervoor te zorgen dat de bijstandsverlening daadwerkelijk op de ergst getroffen zones van de Gemeenschap wordt geconcentreerd, zulks op het meest geschikte geografische niveau. De bevolking van de in lid 1 bedoelde zones maakt niet meer dan 18 % van de totale bevolking van de Gemeenschap uit. Op basis hiervan stelt de Commissie een bevolkingsplafond per lidstaat vast aan de hand van de volgende elementen:
a) de totale bevolking in de NUTS III-regio's van elke lidstaat die voldoen aan de in de leden 5 en 6 genoemde criteria;
b) de ernst van de structurele problemen op nationaal niveau in elke lidstaat in vergelijking met de andere betrokken lidstaten. Deze ernst wordt beoordeeld op basis van de totale werkloosheid en de langdurige werkloosheid buiten de regio's van doelstelling 1;
c) de noodzaak te waarborgen dat elke lidstaat op billijke wijze tot de in dit lid vastgestelde totale concentratie-inspanning bijdraagt; de onder doelstelling 2 vallende bevolking, wordt met niet meer dan één derde van de in 1999 onder de doelstellingen 2 en 5b van Verordening (EEG) nr. 2052/88 vallende bevolking verlaagd.
De Commissie verstrekt de lidstaten alle gegevens waarover zij met betrekking tot de in de leden 5 en 6 bepaalde criteria beschikt.
3. Binnen de grenzen van de in lid 2 bedoelde plafonds stellen de lidstaten aan de Commissie de lijst voor van de volgende zones van enige omvang:
a) de NUTS III-regio's die voldoen aan de in lid 5 of in lid 6 genoemde criteria, of de ergst getroffen zones binnen deze regio's;
b) zones die voldoen aan de in lid 7 of in lid 8 genoemde criteria of aan de in lid 9 genoemde specifieke criteria van de lidstaat.
De lidstaten verstrekken de Commissie de statistische en andere gegevens op het meest geschikte geografische niveau, die de Commissie voor de evaluatie van deze voorstellen nodig heeft.
4. Op basis van de in lid 3 bedoelde gegevens stelt de Commissie, onverminderd artikel 6, lid 2, in nauw overleg met de betrokken lidstaat en met inachtneming van de nationale prioriteiten de lijst van de onder doelstelling 2 vallende zones vast.
De zones die voldoen aan de criteria van de leden 5 en 6, omvatten ten minste 50 % van de in elke lidstaat onder doelstelling 2 vallende bevolking, tenzij objectieve omstandigheden voldoende gronden opleveren voor een uitzondering.
5. De in lid 1 bedoelde zones waar sociaal-economische veranderingen in de industrie plaatsvinden, moeten overeenkomen met of behoren tot een territoriale eenheid van het niveau NUTS III die voldoet aan de volgende criteria:
a) een gemiddelde werkloosheid die in de laatste drie jaren boven het communautaire gemiddelde lag;
b) een aandeel van de industrie in de totale werkgelegenheid dat in een uit de periode vanaf 1985 gekozen referentiejaar niet kleiner was dan het communautaire gemiddelde;
c) een vastgestelde achteruitgang van de werkgelegenheid in de industrie ten opzichte van het voor punt b) gekozen referentiejaar.
6. De in lid 1 bedoelde plattelandszones moeten overeenkomen met of behoren tot een territoriale eenheid van het niveau NUTS III die aan de volgende criteria voldoet:
a) hetzij een bevolkingsdichtheid van minder dan 100 inwoners/km2, hetzij een aandeel van de landbouw in de totale werkgelegenheid dat in een uit de periode vanaf 1985 gekozen referentiejaar ten minste tweemaal zo groot was als het communautaire gemiddelde;
b) hetzij een gemiddelde werkloosheid in de laatste drie jaren die in dat tijdvak boven het communautaire gemiddelde lag, hetzij een bevolking die sinds 1985 is gedaald.
7. De in lid 1 bedoelde stedelijke zones zijn dichtbevolkte zones die voldoen aan ten minste één van de onderstaande criteria:
a) een langdurige werkloosheid die hoger is dan het communautaire gemiddelde;
b) een hoog armoedepeil, welk criterium mede betrekking heeft op slechte woonomstandigheden;
c) een bijzonder slechte situatie op milieugebied;
d) een hoog misdaadcijfer;
e) een laag onderwijspeil van de bevolking.
8. De in lid 1 bedoelde van de visserij afhankelijke zones zijn kustzones waar de visserijsector een belangrijk aandeel heeft in de totale werkgelegenheid en die zich geplaatst zien voor structurele sociaal-economische problemen in verband met de herstructurering van de visserijsector waardoor het aantal arbeidsplaatsen in deze sector in belangrijke mate afneemt.
9. De bijstandsverlening van de Gemeenschap kan worden uitgebreid tot zones met een bevolking of oppervlakte van enige omvang die tot een van de volgende typen behoren:
a) de zones die aan de criteria van lid 5 voldoen en grenzen aan een industriezone; de zones die aan de criteria van lid 6 voldoen en grenzen aan een plattelandszone; de zones die voldoen aan de criteria van hetzij lid 5, hetzij lid 6 en die grenzen aan een onder doelstelling 1 vallende regio;
b) de plattelandszones die zich voor ernstige sociaal-economische problemen geplaatst zien als gevolg van hetzij de vergrijzing, hetzij de afname van de landbouwberoepsbevolking;
c) de zones waar, zoals uit relevante en verifieerbare kenmerken blijkt, ernstige structurele problemen of een hoge werkloosheid heersen of dreigen te zullen heersen als gevolg van een aan de gang zijnde of geplande herstructurering van één of meer activiteiten in de sector landbouw, industrie of diensten.
10. Een zelfde zone kan slechts voor één van de doelstellingen 1 en 2 in aanmerking komen.
11. De lijst van de zones is geldig gedurende zeven jaar met ingang van 1 januari 2000.
Op voorstel van een lidstaat kan de Commissie in 2003 in geval van een ernstige crisis in een regio de lijst van de zones overeenkomstig de leden 1 tot en met 10 wijzigen, zonder daarbij het deel van de bevolking dat in elk van de onderscheiden regio's als bedoeld in artikel 13, lid 2, wordt bestreken, te verhogen.