Art. 13 Verordening (EG) nr. 1260/1999, Geografische werkingssfeer
Verordening (EG) nr. 1260/1999
1. De uit hoofde van doelstelling 1 ingediende plannen moeten opgesteld worden op het geografische niveau dat de betrokken lidstaat het meest geschikt acht, maar moeten in de regel een regio van het niveau NUTS II bestrijken. De lidstaten kunnen evenwel een algemeen ontwikkelingsplan dat betrekking heeft op sommige of alle van hun in de in artikel 3, lid 2, artikel 6, lid 1, en artikel 7, lid 4, bedoelde lijst opgenomen regio's indienen, mits dit plan de in artikel 16 bedoelde elementen bevat.
2. De uit hoofde van doelstelling 2 ingediende plannen worden opgesteld op het geografische niveau dat de betrokken lidstaat het meest geschikt acht, maar moeten in de regel alle binnen eenzelfde regio van het niveau NUTS II gelegen zones bestrijken die in de in artikel 4, lid 4, en in artikel 6, lid 2, bedoelde lijst zijn opgenomen. De lidstaten kunnen evenwel een plan indienen dat sommige of al hun in de in artikel 4, lid 4, en artikel 6, lid 2, bedoelde lijst opgenomen regio's bestrijkt, op voorwaarde dat dit plan de in artikel 16 bedoelde elementen bevat. In plannen waarin andere zones opgenomen zijn dan die welke voor doelstelling 2 in aanmerking komen, moet onderscheid worden gemaakt tussen de acties die in regio's of zones van doelstelling 2 worden ondernomen, en die welke elders worden ondernomen.
3. De uit hoofde van doelstelling 3 ingediende plannen bestrijken het grondgebied van een lidstaat voor financieringen buiten de onder doelstelling 1 vallende regio's en vormen, rekening houdend met de algemene behoeften van de zones met structurele problemen in verband met economische en sociale omschakeling, voor het hele nationale grondgebied een referentiekader op het gebied van ontwikkeling van de menselijke hulpbronnen.