Art. 8 Verordening (EG) nr. 1260/1999, Complementariteit en partnerschap
Verordening (EG) nr. 1260/1999
1. De communautaire actie is bedoeld als aanvulling op of bijdrage tot de overeenkomstige nationale acties. Zij komt tot stand in nauw overleg, hierna "partnerschap" genoemd, tussen de Commissie, de betrokken lidstaat en de autoriteiten en instanties die door de lidstaat zijn aangewezen in het kader van zijn nationale regels en de bestaande praktijk, met name:
- de regionale en plaatselijke autoriteiten en de andere bevoegde publieke autoriteiten;
- de economische en sociale partners;
- alle andere in dit kader relevante instanties.
Het partnerschap wordt uitgevoerd met volledige inachtneming van de hierboven omschreven respectieve institutionele, wettelijke en financiële bevoegdheden van elk der partners.
Bij de aanwijzing van de meest representatieve partners op nationaal, regionaal, plaatselijk of ander niveau, brengt de lidstaat een ruime en doeltreffende associatie tot stand van alle overeenkomstig de nationale regels en praktijken relevante instanties, rekening houdend met de noodzaak van bevordering van de gelijkheid van mannen en vrouwen en van duurzame ontwikkeling door de opneming van eisen op het gebied van de bescherming en verbetering van het milieu.
Alle aangewezen partijen, hierna "partners" genoemd, zijn partners die een gemeenschappelijk doel nastreven.
2. Het partnerschap heeft betrekking op de voorbereiding en de financiering van, het toezicht op en de evaluatie van de bijstandspakketten. De lidstaten zien toe op de inschakeling van de relevante partners in de verschillende stadia van de programmering, rekening houdend met de voor elk van die stadia vastgestelde termijn.
3. Krachtens het subsidiariteitsbeginsel valt de uitvoering van de bijstandspakketten onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten op het, naar gelang van de specifieke situatie van elke lidstaat, passende territoriale niveau onverminderd de bevoegdheden van de Commissie, met name op het gebied van het beheer van de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen.
4. De lidstaten werken met de Commissie samen om ervoor te zorgen dat de Gemeenschapsfondsen overeenkomstig het beginsel van goed financieel beheer worden gebruikt.
5. Elk jaar raadpleegt de Commissie de op Europees niveau georganiseerde sociale partners over het structuurbeleid van de Gemeenschap.