Art. 21

1. Restituties worden niet verleend indien de producten op de dag waarop de aangifte ten uitvoer wordt aanvaard, niet van gezonde handelskwaliteit zijn.

De producten voldoen aan de in de eerste alinea vervatte eis wanneer zij in normale omstandigheden en onder de op de restitutieaanvraag vermelde omschrijving op het grondgebied van de Gemeenschap in de handel kunnen worden gebracht en ingeval deze producten bestemd zijn voor menselijke consumptie, de kenmerken en de toestand ervan niet van dien aard zijn dat de producten helemaal niet of slechts in aanzienlijk mindere mate voor dit doel kunnen worden gebruikt.

Of producten al dan niet aan de eisen van de eerste alinea voldoen, moet worden onderzocht aan de hand van de in de Gemeenschap geldende normen of gebruiken.

De restitutie wordt echter ook toegekend indien de uitgevoerde producten in het land van bestemming moeten voldoen aan bijzondere voorwaarden, waaronder met name gezondheids- of hygiënische voorschriften, die niet in overeenstemming zijn met de in de Gemeenschap geldende normen of gebruiken. De exporteur moet op verzoek van de bevoegde autoriteit aantonen dat de producten voldoen aan die in het derde land van bestemming in acht te nemen voorwaarden.

Bovendien kunnen voor bepaalde producten bijzondere voorschriften worden vastgesteld.

2. Wanneer het product bij het verlaten van het douanegebied van de Gemeenschap van gezonde handelskwaliteit is, moet het overeenkomstig artikel 18, lid 2, berekende deel van de restitutie worden toegekend, tenzij artikel 20 van toepassing is. Dit recht kan echter niet worden verleend, wanneer bewezen is:

- dat het product ten gevolge van een latent gebrek dat later tot uiting komt, niet meer van gezonde handelskwaliteit is;

- dat het product niet meer aan de eindverbruiker kon worden verkocht omdat de uiterste datum waarop het product mocht worden verbruikt en de datum van uitvoer te dicht bij elkaar lagen.

Wanneer bewezen is dat het product niet meer van gezonde handelskwaliteit is vóór de douaneformaliteiten voor invoer in een derde land worden vervuld, mag het gedifferentieerde deel van de restitutie niet worden toegekend.

3. Restituties worden niet verleend indien de producten de bij de communautaire wetgeving van toepassing verklaarde toelaatbare maximumniveaus van radioactiviteit overschrijden. Ongeacht de oorsprong van de producten gelden hiervoor de in artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 737/90 van de Raad(37) vastgestelde niveaus.

Uitspraken die dit artikel aanhalen