Art. 18 Verordening (EG) nr. 800/1999

Verordening (EG) nr. 800/1999

1. In afwijking van artikel 14 wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 20, op verzoek van de exporteur een deel van de restitutie betaald, zodra het bewijs is geleverd dat het product het douanegebied van de Gemeenschap heeft verlaten.

2. Het in lid 1 bedoelde deel van de restitutie wordt berekend aan de hand van de laagste restitutievoet, verminderd met 20 % van het verschil tussen de vooraf vastgestelde voet en de laagste voet, met dien verstande dat niet-vaststelling van een restitutie als de laagste restitutievoet wordt beschouwd.

Wanneer het uit te betalen bedrag niet groter is dan 2000 EUR, kan de lidstaat de betaling van dat bedrag tot de betaling van het totale bedrag van de restitutie uitstellen, behalve ingeval de betrokken exporteur verklaart dat hij met betrekking tot deze transactie geen aanspraak op betaling van een aanvullend bedrag zal maken.

3. Ingeval de producten de bestemming die is vermeld in vak 7 van het afgegeven certificaat met vaststelling vooraf van de restitutie, niet hebben bereikt:

a) wordt de restitutievoet voor de in vak 7 vermelde bestemming toegepast, wanneer de restitutievoet voor de werkelijke bestemming gelijk is aan of hoger dan die voor de in vak 7 vermelde bestemming;

b) wordt, wanneer de restitutievoet voor de werkelijke bestemming lager is dan die voor de in vak 7 vermelde bestemming, een restitutievoet toegepast:

- die gelijk is aan de voet voor de werkelijke bestemming,

- welke, behoudens overmacht, wordt verminderd met 20 % van het verschil tussen de restitutie voor de in vak 7 vermelde bestemming en die voor de werkelijke bestemming.

Voor de toepassing van dit artikel worden de restitutievoeten in aanmerking genomen die gelden op de dag waarop de certificaataanvraag is ingediend. Deze restitutievoeten worden eventueel aangepast op de dag waarop de aangifte ten uitvoer of de betalingsaangifte wordt aanvaard.

Wanneer de eerste en de tweede alinea van toepassing zijn en wanneer ook artikel 51 op dezelfde uitvoertransactie van toepassing is, wordt het op grond van de eerste alinea toe te passen bedrag met de in artikel 51 bedoelde sanctie verminderd.

4. Wanneer een restitutie is vastgesteld in het kader van een inschrijving waarvoor een clausule van verplichte bestemming geldt, wordt de niet-vaststelling van een periodieke restitutie of de eventuele vaststelling van een periodieke restitutie voor deze verplichte bestemming, op de datum waarop de certificaataanvraag is ingediend en op de datum waarop de aangifte ten uitvoer is aanvaard, voor de bepaling van de laagste restitutievoet niet in aanmerking genomen.

Uitspraken die dit artikel aanhalen