Art. 26 Verordening (EG) nr. 800/1999
1. Indien de exporteur zijn voornemen te kennen geeft de producten na verwerking of opslag uit te voeren met toekenning van een restitutie op grond van de in de artikelen 4 of 5 van Verordening (EEG) nr. 565/80 vastgestelde regelingen, worden die regelingen toegepast op voorwaarde dat bij de douaneautoriteiten een verklaring, hierna betalingsaangifte genoemd, wordt ingediend.
De lidstaten kunnen deze aangifte anders noemen.
2. De betalingsaangifte moet alle gegevens bevatten die nodig zijn voor de berekening van de restitutie voor de uit te voeren producten, met name:
a) voor producten:
- de, eventueel vereenvoudigde, omschrijving van de producten volgens de landbouwproductennomenclatuur voor de uitvoerrestituties en de code van de restitutienomenclatuur, en, voorzover nodig voor de bepaling van de restitutie, de samenstelling van de betrokken producten of een verwijzing naar deze samenstelling;
- de nettomassa van de producten of eventueel de hoeveelheid, uitgedrukt in de voor de berekening van de restitutie in aanmerking te nemen meeteenheid;
b) voor goederen is Verordening (EG) nr. 1222/94 van toepassing.
Bovendien moeten, wanneer basisproducten moeten worden verwerkt, in de betalingsaangifte worden vermeld:
- de omschrijving van de basisproducten,
- de hoeveelheid basisproducten,
- het rendement of soortgelijke gegevens.
3. In afwijking van lid 2 mogen, wanneer de omstandigheden dit rechtvaardigen en de exporteur daarom verzoekt, in de betalingsaangifte voorlopige gegevens over de uit de basisproducten te vervaardigen goederen worden opgegeven. In die gevallen moet de exporteur de bevoegde autoriteiten de definitieve gegevens mededelen, wanneer de verwerking is beëindigd.
4. In de betalingsaangifte moet ook het gebruik of de bestemming van de producten worden vermeld wanneer:
a) de exporteur betaling vraagt van een bedrag dat gelijk is aan de restitutie voor het gebruik dat of de bestemming die voor de producten is vastgesteld,
b) de vermelding van het gebruik of de bestemming noodzakelijk is om de termijn vast te stellen waarbinnen de producten met het oog op verwerking onder douanecontrole kunnen blijven of onder een stelsel van douane-entrepots dan wel van vrije zones kunnen worden geplaatst.
5. Het gebruik of de bestemming moet worden aangegeven door vermelding van:
- het specifieke gebruik of het specifieke land van bestemming, of
- de groep van landen van bestemming waarvoor dezelfde restitutievoet geldt.
6. Om te garanderen dat de fysieke controles van de producten worden verricht, moet de betalingsaangifte ook alle gegevens bevatten die nodig zijn om nauwkeurig de plaatsen te bepalen waar de producten zullen worden verwerkt of zullen worden opgeslagen totdat zij worden uitgevoerd. Bij wijziging van de plaats van opslag of verwerking bepalen de bevoegde autoriteiten hetzij dat de exporteur dit vooraf meedeelt, hetzij dat daarvan melding wordt gemaakt in daartoe bijgehouden registers.