Art. 19 Verordening (EG) nr. 800/1999

Verordening (EG) nr. 800/1999

1. De leden 2 tot en met 5 zijn van toepassing bij uitvoer van een product op basis van een uitvoer- of voorfixatiecertificaat met verplichte bestemming.

2. Ingeval het product de verplichte bestemming niet heeft bereikt, wordt slechts het overeenkomstig artikel 18, lid 2, berekende deel van de restitutie betaald.

3. Wanneer het product door overmacht een andere bestemming krijgt dan die waarvoor het certificaat is afgegeven, wordt op verzoek van de exporteur een restitutie uitbetaald indien hij van de overmacht en van de werkelijke bestemming van het product het bewijs levert; het bewijs omtrent de werkelijke bestemming wordt overeenkomstig de artikelen 15 en 16 geleverd.

4. Bij toepassing van lid 3 geldt de restitutie voor de reële bestemming; deze restitutie mag evenwel niet hoger zijn dan de restitutie voor de bestemming die is vermeld in vak 7 van het afgegeven certificaat met vaststelling vooraf van de restitutie.

De restitutievoet wordt eventueel aangepast op de dag waarop de aangifte ten uitvoer of de betalingsaangifte wordt aanvaard.

5. Wanneer een product wordt uitgevoerd met een in het kader van artikel 44 van Verordening (EEG) nr. 3719/88 afgegeven certificaat en de restitutie naar bestemming is gedifferentieerd, wordt de vooraf vastgestelde restitutie slechts toegekend indien de exporteur, naast de in artikel 16 bedoelde bewijzen, het bewijs levert dat het product, in het kader van de op het certificaat vermelde inschrijving, in het derde land van invoer aan de in de inschrijvingsvoorwaarden genoemde instantie is afgeleverd.

Afdeling 3

Specifieke maatregelen ter bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap