Art. 8 Richtlijn 1999/5/EG, Vrij verkeer van apparatuur

Richtlijn 1999/5/EG

1. De lidstaten verbieden, beperken of verhinderen niet het op de markt brengen en het in gebruik nemen op hun grondgebied van apparatuur die is voorzien van het in bijlage VII beschreven CE-merkteken dat aangeeft dat de apparatuur voldoet aan alle bepalingen van deze richtlijn, met inbegrip van de in hoofdstuk II beschreven overeenstemmingsbeoordelingsprocedures, een en ander onverlet artikel 6, lid 4, artikel 7, lid 2, en artikel 9, lid 5.

2. De lidstaten belemmeren niet het tonen op handelsbeurzen, tentoonstellingen, demonstraties enz. van apparatuur die niet voldoet aan deze richtlijn, op voorwaarde dat een zichtbaar teken duidelijk maakt dat dergelijke apparatuur niet op de markt mag worden gebracht of in gebruik mag worden genomen zolang zij niet aan de richtlijn voldoet.

3. Wanneer de apparatuur ten aanzien van andere aspecten onder andere richtlijnen valt waarin ook het aanbrengen van een CE-merkteken wordt voorgeschreven, wordt in dat laatste merkteken aangegeven dat dergelijke apparatuur ook voldoet aan de bepalingen van die andere richtlijnen. Mocht een of meer van die richtlijnen de fabrikant evenwel toestaan om gedurende een overgangsperiode te kiezen welke regelgeving hij toepast, dan wordt in het CE-merkteken aangegeven dat de apparatuur uitsluitend voldoet aan de bepalingen van de door de fabrikant toegepaste richtlijnen. In dat geval worden de referenties van deze richtlijnen, zoals gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen, opgenomen in de documenten, gebruiksaanwijzingen of handleidingen die dergelijke producten volgens deze richtlijnen moeten vergezellen.