Art. 10 Richtlijn 1999/5/EG, Overeenstemmingsbeoordelingsprocedures
1. De in dit artikel vastgestelde overeenstemmingsbeoordelingsprocedures moeten worden toegepast om de conformiteit van de apparatuur met alle toepasselijke essentiële eisen, vermeld in artikel 3, aan te tonen.
2. Naar keuze van de fabrikant kan de conformiteit van de apparatuur met de in artikel 3, lid 1, onder a) en b), vermelde essentiële eisen worden aangetoond via de in Richtlijn 73/23/EEG, respectievelijk Richtlijn 89/336/EEG omschreven procedures, wanneer de apparatuur onder het toepassingsgebied van die richtlijnen valt, een en ander als alternatief voor de hierna uiteengezette procedures.
3. Telecommunicatie-eindapparatuur die geen gebruik maakt van het voor aarde/ruimteradiocommunicatie toegewezen spectrum, alsmede ontvangende delen van radioapparatuur, worden naar keuze van de fabrikant onderworpen aan de in bijlage II, IV of V beschreven procedures.
4. Wanneer een fabrikant de in artikel 5, lid 1, bedoelde geharmoniseerde normen heeft toegepast, wordt radioapparatuur die niet onder lid 3 valt, naar keuze van de fabrikant, onderworpen aan de in bijlage III, IV of V beschreven procedures.
5. Wanneer een fabrikant de in artikel 5, lid 1, bedoelde geharmoniseerde normen niet of slechts gedeeltelijk heeft toegepast, wordt radioapparatuur die niet onder lid 3 van dit artikel valt, naar keuze van de fabrikant, onderworpen aan de in bijlage IV of V beschreven procedures.
6. De dossiers en de briefwisseling betreffende de in de leden 2 tot en met 5 bedoelde overeenstemmingsbeoordelingsprocedures zijn gesteld in een officiële taal van de lidstaat waar de genoemde procedure loopt of in een taal die door de betrokken aangemelde instantie wordt aanvaard.