Art. 7 Richtlijn 96/23/EG
In het oorspronkelijk plan dient met de specifieke situaties in Lid-Staten rekening te worden gehouden en dient met name nadere informatie te worden verstrekt over:
- de wetgeving op het gebied van het gebruik van de in bijlage I genoemde stoffen, met name de bepalingen inzake verbod of toelating, distributie, in de handel brengen en toedieningsvoorschriften, voor zover die wetgeving nog niet geharmoniseerd is;
- de infrastructuur van de diensten (met name vermelding van de aard en de belangrijkheid van de diensten die aan de uitvoering van de plannen deelnemen);
- de lijst van erkende laboratoria, met vermelding van de capaciteit ervan wat het onderzoek van de monsters betreft;
- de nationaal vastgestelde maximumtoleranties voor toegestane stoffen, voor het geval er geen communautaire residutoleranties zijn vastgesteld overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2377/90 en Richtlijn 86/363/EEG (16);
- de lijst van op te sporen stoffen, de analysemethoden, alsmede de normen voor de interpretatie van de uitkomsten en, voor de in bijlage I bedoelde stoffen, het aantal te nemen monsters en de redenen waarom voor dat aantal is gekozen;
- het aantal te nemen officiële monsters op basis van het aantal in de voorafgaande jaren geslachte dieren van de betrokken soorten en met inachtneming van de in bijlage IV, vastgestelde niveaus en frequenties;
- de regels die worden gevolgd bij het verzamelen van de officiële monsters, in het bijzonder inzake de op die officiële monsters aan te brengen vermeldingen;
- de aard van de door de bevoegde autoriteiten vastgestelde maatregelen met betrekking tot de dieren of de produkten waarin de aanwezigheid van residuen is vastgesteld.