Art. 4 Richtlijn 96/23/EG
1. De Lid-Staten belasten een openbare centrale dienst of organisatie met de coördinatie van de uitvoering van de in dit hoofdstuk voorgeschreven onderzoeken die op hun grondgebied worden verricht.
2. De in lid 1 bedoelde dienst of organisatie krijgt de volgende taken:
a) het opstellen van het in artikel 5 bedoelde plan, aan de hand waarvan de bevoegde diensten de voorgeschreven onderzoeken kunnen uitvoeren;
b) het coördineren van de werkzaamheden van de centrale en de regionale diensten die zijn belast met het toezicht op de verschillende residuen. Deze coördinatie betreft ook alle diensten die meewerken aan de bestrijding van frauduleus gebruik van stoffen of produkten op de veehouderijbedrijven;
c) het verzamelen van alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de evaluatie van de middelen die ten uitvoer zijn gelegd bij de uitvoering van de in dit hoofdstuk opgenomen maatregelen en van de daarbij verkregen resultaten;
d) het uiterlijk op 31 maart van elk jaar aan de Commissie mededelen van alle onder c) bedoelde gegevens en resultaten, met inbegrip van de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken.
3. Dit artikel laat de meer specifieke regels op het gebied van de controle op diervoeders onverlet.