Art. 2

Voor de toepassing van deze richtlijn gelden de definities van Richtlijn 96/22/EG. Voorts wordt verstaan onder:

a) "niet-toegestane stoffen of produkten": stoffen of produkten die krachtens de communautaire wetgeving niet aan dieren mogen worden toegediend;

b) "illegale behandeling": gebruik van niet-toegestane stoffen of produkten, of het gebruik van krachtens de communautaire wetgeving toegestane stoffen of produkten voor andere doeleinden of onder andere voorwaarden dan die welke zijn omschreven in de communautaire wetgeving of - in voorkomend geval - de verschillende nationale wetgevingen;

c) "residu": residu van stoffen met farmacologische werking, van omzettingsprodukten daarvan, alsmede van andere stoffen die op dierlijke produkten kunnen worden overgedragen en schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid van de mens;

d) "bevoegde autoriteit": de centrale autoriteit van een Lid-Staat die op veterinair gebied bevoegd is of elke autoriteit waaraan zij deze bevoegdheid heeft overgedragen;

e) "officieel monster": een monster dat door de bevoegde autoriteit is genomen en waarop, met het oog op de opsporing van residuen of stoffen bedoeld in bijlage I, zowel gegevens inzake de diersoort, de aard van het monster, de hoeveelheid en de wijze van monsterneming, als gegevens ter identificatie van het geslacht van het dier, alsmede van de oorsprong van het dier of het dierlijke produkt zijn vermeld;

f) "erkend laboratorium": een laboratorium dat door de bevoegde autoriteit van een Lid-Staat is erkend voor het onderzoek van officiële monsters op de aanwezigheid van residuen;

g) "dier": elk dier van de in Richtlijn 90/425/EEG bedoelde soorten (15);

h) "partij dieren": een groep dieren van dezelfde soort en dezelfde leeftijdsklasse, die op hetzelfde bedrijf en gelijktijdig onder uniforme omstandigheden zijn gehouden;

i) "â-agonist": â adrenoceptor agonist.

Uitspraken die dit artikel aanhalen