Art. 6 Richtlijn 96/23/EG

Richtlijn 96/23/EG

1. In het plan dienen de in bijlage IV vastgestelde niveaus en frequenties van de monsternemingen in acht te worden genomen. Op verzoek van een Lid-Staat kan de Commissie evenwel volgens de procedure van artikel 32 de in die bijlage vastgestelde minimumeisen inzake de controle aanpassen, op voorwaarde dat duidelijk vaststaat dat daardoor de algemene doeltreffendheid van het plan voor de betrokken Lid-Staat toeneemt en de mogelijkheden waarover de Lid-Staat beschikt ter identificatie van de residuen of van de gevallen waarin illegale behandeling met de in bijlage I genoemde stoffen heeft plaatsgevonden, niet geringer worden.

2. Het heronderzoek van de overeenkomstig bijlage II op te sporen groepen residuen, alsmede de vaststelling van de nog niet in bijlage IV opgenomen niveaus en frequenties van de monsternemingen voor de in artikel 3 genoemde dieren en produkten, geschieden volgens de procedure van artikel 33 en voor het eerst binnen 18 maanden na de aanneming van deze richtlijn. Daarbij wordt rekening gehouden met de ervaring die in het kader van de bestaande nationale maatregelen is opgedaan, alsmede met de gegevens die aan de Commissie zijn medegedeeld op grond van de bestaande communautaire voorschriften waarbij de opsporing van residuen voor deze specifieke sectoren verplicht wordt gesteld.