Art. 8 Richtlijn 96/23/EG
1. De Commissie onderzoekt of het overeenkomstig artikel 5, lid 1, ingediende oorspronkelijke plan met deze richtlijn in overeenstemming is. De Commissie kan de Lid-Staat verzoeken om het plan zodanig te wijzigen of aan te vullen dat het conform wordt.
De Commissie legt het door haar conform bevonden plan volgens de procedure van artikel 33 ter goedkeuring voor.
Op verzoek van de betrokken Lid-Staat, of op eigen initiatief, en om rekening te houden met de ontwikkeling van de situatie in een bepaalde Lid-Staat of in een van de gebieden daarvan, alsmede met de resultaten van de in het kader van de artikelen 16 en 17 uitgevoerde nationale onderzoeken of de daarbij gedane constateringen, kan de Commissie volgens de procedure van artikel 32 besluiten een wijziging van of een aanvulling op een tevoren overeenkomstig lid 2 goedgekeurd plan goed te keuren.
2. De door de Lid-Staten meegedeelde jaarlijkse wijzigingen in het oorspronkelijk plan, met name naar aanleiding van de in artikel 4, lid 2, onder d), bedoelde mededeling van de resultaten, worden door de Commissie aan de andere Lid-Staten toegezonden, nadat zij door de Commissie conform het bepaalde in deze richtlijn zijn bevonden.
De Lid-Staten beschikken over tien werkdagen vanaf de ontvangst van deze wijzigingen om de Commissie hun eventuele opmerkingen kenbaar te maken.
Zonder opmerkingen van de Lid-Staten worden de wijzigingen van de plannen geacht te zijn aanvaard.
De Commissie stelt de Lid-Staten onverwijld in kennis van die aanvaarding.
Indien de Lid-Staten wel opmerkingen maken of indien de bijwerking door de Commissie niet-conform of onvoldoende wordt geacht, wordt het bijgewerkte plan door de Commissie voorgelegd aan het Permanent Veterinair Comité, dat uitspraak doet volgens de procedure van artikel 33.
Het bepaalde in de leden 3 en 4 geldt ook voor de bijgewerkte plannen.
3. Om de zes maanden stellen de Lid-Staten de Commissie en de overige Lid-Staten in het kader van het Permanent Veterinair Comité op de hoogte van de uitvoering van het overeenkomstig lid 2 goedgekeurde plan of van de ontwikkeling van de situatie. Indien nodig is het bepaalde in lid 4 van toepassing. Jaarlijks stellen zij de Commissie uiterlijk op 31 maart in kennis van de resultaten van het plan inzake de opsporing van residuen en stoffen, alsmede van de door hen getroffen controlemaatregelen.
De Lid-Staten maken het resultaat van de tenuitvoerlegging van de plannen openbaar.
De Commissie brengt de Lid-Staten in het Permanent Veterinair Comité op de hoogte van de ontwikkeling van de situatie in de verschillende gebieden van de Gemeenschap.
4. De Commissie brengt elk jaar, of telkens wanneer zij dat om redenen van volksgezondheid noodzakelijk acht, aan de Lid-Staten in het kader van het Permanent Veterinair Comité verslag uit over het resultaat van de met name in lid 3 bedoelde controles en onderzoeken van:
- de uitvoering van de nationale plannen,
- de ontwikkeling van de situatie in de verschillende gebieden van de Gemeenschap.
5. De Commissie doet jaarlijks aan het Europees Parlement en de Raad een mededeling toekomen over de resultaten van de maatregelen die op regionaal, nationaal en communautair vlak ten uitvoer zijn gelegd, rekening houdend met het verslag en de opmerkingen van de Lid-Staten in dat verband.