Art. 8 Verordening (EG) nr. 3295/94

Verordening (EG) nr. 3295/94

1. Onverminderd de andere rechtsmiddelen die ter beschikking staan van de houder van het merk waarvan is vastgesteld dat het is nagemaakt of van de houder van het auteursrecht of van het naburige recht of van die van het recht betreffende een tekening of model waarvan is vastgesteld dat deze het voorwerp van piraterij is geweest, nemen de Lid-Staten de nodige maatregelen opdat de bevoegde autoriteiten:

a) als algemene regel en overeenkomstig de nationale wetgeving ter zake, de goederen waarvan is vastgesteld dat zij zijn nagemaakt of door piraterij zijn verkregen, kunnen vernietigen of uit de handel kunnen nemen om te voorkomen dat de houder van het recht wordt geschaad, een en ander zonder enigerlei schadeloosstelling en zonder dat dit ten laste komt van de Schatkist;

b) voor die goederen elke andere maatregel kunnen nemen die ertoe leidt dat de betrokkenen de facto het economisch voordeel van de verrichting ontnomen wordt.

Met name de volgende maatregelen worden niet geacht die uitwerking te hebben:

- de wederuitvoer in ongewijzigde staat van nagemaakte of van door piraterij verkregen goederen;

- behalve in uitzonderlijke gevallen, de eenvoudige verwijdering van de merken waarvan de nagemaakte goederen ten onrechte zijn voorzien;

- de plaatsing van de goederen onder een andere douaneregeling.

2. De nagemaakte of door piraterij verkregen goederen kunnen aan de Schatkist worden afgestaan. Lid 1, onder a), is in dat geval van toepassing.

3. Naast de krachtens artikel 6, lid 1, tweede alinea, verstrekte inlichtingen en volgens de aldaar vermelde voorwaarden deelt het douanekantoor of de bevoegde dienst de houder van het recht op diens verzoek naam en adres mee van, respectievelijk, de afzender, de importeur of de exporteur en de fabrikant van de goederen waarvan is vastgesteld dat zij zijn nagemaakt of door piraterij zijn verkregen, alsmede de hoeveelheid van deze goederen.