Art. 13 Verordening (EG) nr. 3295/94

Verordening (EG) nr. 3295/94

1. De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 247 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 ingestelde Comité.

2. Het Comité behandelt alle vraagstukken betreffende de toepassing van deze verordening die de voorzitter op eigen initiatief of op verzoek van de vertegenwoordiger van een Lid-Staat aan de orde stelt.

3. De vertegenwoordiger van de Commissie legt het Comité een ontwerp voor van de te nemen maatregelen. Het Comité brengt advies uit over dit ontwerp binnen een termijn die de voorzitter kan vaststellen naar gelang van de urgentie van de materie. Het Comité spreekt zich uit met de meerderheid van stemmen die in artikel 148, lid 2, van het Verdrag is voorgeschreven voor de aanneming van de besluiten die de Raad op voorstel van de Commissie dient te nemen. Bij stemming in het Comité worden de stemmen van de vertegenwoordigers van de Lid-Staten gewogen overeenkomstig genoemd artikel. De voorzitter neemt niet aan de stemming deel.

4. De Commissie stelt maatregelen vast die onmiddellijk van toepassing zijn. Indien de beoogde maatregelen echter niet in overeenstemming zijn met het advies van het Comité, worden zij onverwijld door de Commissie ter kennis van de Raad gebracht. In dat geval:

- stelt de Commissie de toepassing van de maatregelen waartoe zij heeft besloten voor ten hoogste drie maanden na deze kennisgeving uit,

- kan de Raad binnen de in de voorgaande alinea genoemde termijn met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen een andersluidend besluit nemen.