Art. 9 Verordening (EG) nr. 3295/94

Verordening (EG) nr. 3295/94

1. Door de inwilliging van een overeenkomstig artikel 3, lid 2, ingediend verzoek verkrijgt de houder van het recht slechts onder de in het recht van de Lid-Staat waar het verzoek is ingediend geboden voorwaarden recht op schadeloosstelling, indien de nagemaakte of door piraterij verkregen goederen aan de controle van een douanekantoor ontsnappen door vrijgave of door uitblijven van een maatregel tot tegenhouding overeenkomstig artikel 6, lid 1.

2. Douanekantoren of andere bevoegde autoriteiten zijn bij de uitoefening van hun bevoegdheden op het gebied van de bestrijding van nagemaakte, respectievelijk door piraterij verkregen goederen slechts onder de in het recht van de Lid-Staat waar het verzoek is ingediend geboden voorwaarden aansprakelijk voor de schade die de betrokkenen bij de in artikel 1, lid 1, onder a), en artikel 4 bedoelde handelingen door hun optreden hebben geleden.

3. De eventuele wettelijke aansprakelijkheid van de houder van het recht wordt beheerst door het recht van de Lid-Staat waar de betrokken goederen in een situatie als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder a), verkeren.