Art. 6 Verordening (EG) nr. 3699/93, Toezicht op de uitvoering van de meerjarige oriëntatieprogramma's

Verordening (EG) nr. 3699/93

1. Ten behoeve van het toezicht op de vooruitgang die bij de tenuitvoerlegging van de meerjarige oriëntatieprogramma's wordt geboekt, doen de Lid-Staten jaarlijks vóór 1 april een samenvatting van het verloop van hun eigen meerjarig oriëntatieprogramma aan de Commissie toekomen. Uiterlijk drie maanden later legt de Commissie een jaarverslag over de uitvoering van de meerjarige oriëntatieprogramma's van alle Lid-Staten aan het Europees Parlement en aan de Raad voor.

2. De Lid-Staten verstrekken de Commissie de gegevens die betrekking hebben op het toezicht op de visserijinspanningen per vlootsegment, met name wat betreft de ontwikkeling van de overeenkomstige capaciteit en visserijactiviteiten, overeenkomstig de door de Commissie ingestelde procedures.

3. De Commissie beschikt ter zake over een op het beheer van de visserijinspanningen afgestemd communautair gegevensbestand inzake vissersvaartuigen.

4. De Commissie stelt de bepalingen betreffende het in lid 3 bedoelde gegevensbestand vast volgens de procedure van artikel 18 van Verordening (EEG) nr. 3760/92.

5. Op verzoek van de betrokken Lid-Staat of van de Commissie of krachtens bepalingen die in de meerjarige oriëntatieprogramma's zijn opgenomen, kan elk aangenomen meerjarig oriëntatieprogramma opnieuw worden bezien en eventueel worden aangepast.

6. De Commissie beslist over de goedkeuring van de in lid 5 van dit artikel bedoelde aanpassingen volgens de procedure van artikel 18 van Verordening (EEG) nr. 3760/92.

7. Voor de tenuitvoerlegging van dit artikel moeten de Lid-Staten met name voldoen aan artikel 24 van Verordening (EEG) nr. 2847/93.

Vorige artikelen

Volgende artikelen