Art. 10 Verordening (EG) nr. 3699/93, Vernieuwing van de vissersvloten en modernisering van de vissersvaartuigen
1. De Lid-Staten kunnen maatregelen voor de bouw van vissersvaartuigen nemen voor zover zij de algemene jaarlijkse tussentijdse doelstellingen en de einddoelstellingen per segment van de meerjarige oriëntatieprogramma's binnen de gestelde termijnen in acht nemen.
De Lid-Staten delen de Commissie tegelijk met elke voorgenomen steunmaatregel ter zake ook de maatregelen mee die zij hebben genomen om de naleving van deze voorwaarde te garanderen.
2. De Lid-Staten kunnen maatregelen voor de modernisering van visssersvaartuigen nemen. Voor deze maatregelen gelden de in lid 1 genoemde voorwaarden indien de investeringen tot een toeneming van de visserijinspanning kunnen leiden.
De in dit lid bedoelde maatregelen kunnen onder de in artikel 9, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2080/93 bedoelde voorwaarden worden genomen ten gunste van vaartuigen waarvoor de bijstandsaanvraag in de zin van titel III van Verordening (EEG) nr. 4028/86 (9) niet is ingewilligd, hoewel zij volgens de bepalingen van laatstgenoemde verordening formeel wel voor bijstand in aanmerking kwamen.