Art. 23 Verordening (EEG) nr. 2456/93
Controle op het uitbenen 1. De interventiebureaus zien erop toe dat alle werkzaamheden in verband met het uitbenen van het vlees aan een permanente fysieke controle worden onderworpen.
De uitvoering van de bedoelde controle kan worden opgedragen aan instanties die geheel onafhankelijk zijn van de betrokken handelaren, slachtinrichtingen en opslaghouders. In dergelijke gevallen laat het interventiebureau door zijn functionarissen per offerte een onaangekondigde controle op het uitbenen uitvoeren. Tijdens deze controle worden de kartons met deelstukken vóór en na het invriezen steekproefsgewijs onderzocht en worden de verwerkte hoeveelheden vergeleken met de geproduceerde hoeveelheden, enerzijds, en de beenderen, vetresten en andere afsnijdsels, anderzijds. Tijdens deze controle moet ten minste 5 % van het totale aantal kartons worden onderzocht.
2. Voor- en achtervoeten moeten apart worden uitgebeend. Elke dag wordt voor de hoeveelheid vlees die in de betrokken werkdag is uitgebeend,
- een vergelijking gemaakt tussen het aantal deelstukken en het aantal kartons;
- een rendementsblad opgesteld, waarop het uitbeenrendement voor voorvoeten en achtervoeten apart wordt aangegeven.