Art. 359 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. De in artikel 94, lid 1, van het Wetboek bedoelde zekerheid is geldig in de gehele Gemeenschap.

2. De zekerheid kan of wel doorlopend voor verscheidene aangiften voor communautair douanevervoer of wel per aangifte worden gesteld.

3. Behoudens artikel 373, lid 2, bestaat de zekerheidstelling in de hoofdelijke verbintenis van elke derde natuurlijke of rechtspersoon die aan de voorwaarden van artikel 195 van het Wetboek voldoet.

4. De in lid 3 bedoelde zekerheidstelling moet worden aangegaan bij een akte van borgtocht die overeenstemt met het model in:

- bijlage 48, indien het een doorlopende zekerheid betreft;

- bijlage 49, indien het een zekerheid per aangifte betreft;

- bijlage 50, indien het een forfaitaire zekerheid betreft.

5. Wanneer dit volgens de nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen of de gebruiken is vereist, kan elke Lid-Staat de akten van borgtocht in een andere vorm doen opstellen, mits deze dezelfde gevolgen hebben als de als model gegeven akten.

Onderafdeling 2

Doorlopende zekerheid