Art. 362 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. De doorlopende zekerheid wordt gesteld bij een kantoor van zekerheidstelling.
2. Het kantoor van zekerheidstelling stelt het bedrag van de borgtocht vast, aanvaardt de verbintenis van de borg en verleent een voorafgaande toestemming op grond waarvan de aangever, binnen de grenzen van de borgtocht, elk communautair douanevervoer kan verrichten, ongeacht het kantoor van vertrek.
3. Aan een ieder die voorafgaande toestemming heeft verkregen, wordt, onder de bij de artikelen 363 tot en met 366 vastgestelde voorwaarden, in een of meer exemplaren, een certificaat van borgtocht afgegeven. Dit certificaat wordt gesteld op een formulier dat overeenstemt met het model in bijlage 51.
4. Elk document T 1 bevat een verwijzing naar dit certificaat van borgtocht.
5. Het kantoor van zekerheidstelling kan de voorafgaande toestemming intrekken wanneer niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden die golden op het tijdstip waarop zij werd verleend.