Art. 28 Verordening (EEG) nr. 2082/93, Comité uit hoofde van artikel 124 van het Verdrag

Verordening (EEG) nr. 2082/93

Het in artikel 17 van Verordening (EEG) nr. 2052/88 bedoelde Comité uit hoofde van artikel 124 van het Verdrag is samengesteld uit twee vertegenwoordigers van de Regering, twee vertegenwoordigers van de vakbonden en twee vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties per Lid-Staat. Het lid van de Commissie dat met het voorzitterschap is belast, kan deze functie aan een hoge ambtenaar van de Commissie delegeren.

Voor iedere Lid-Staat wordt per vermelde categorie een plaatsvervanger benoemd. Bij afwezigheid van een of van beide leden neemt de plaatsvervanger van rechtswege aan de beraadslagingen deel.

De leden en hun plaatsvervangers worden op voordracht van de Commissie door de Raad benoemd voor een periode van drie jaar. Zij zijn herbenoembaar. De Raad streeft bij de samenstelling van het Comité naar een evenwichtige vertegenwoordiging van alle betrokken groepen. De EIB wijst, voor de haar betreffende agendapunten, een vertegenwoordiger aan, die niet aan de stemming deelneemt.

Het Comité brengt advies uit over de ontwerp-beschikkingen van de Commissie inzake de communautaire bestekken uit hoofde van de doelstellingen 3 en 4 en de communautaire bestekken uit hoofde van de doelstellingen 1, 2 en 5 b), indien deze aangelegenheden betreffen waarvoor steun wordt verleend door het Europees Sociaal Fonds.

Het Comité spreekt zich uit met absolute meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. De Commissie licht het Comité in over de wijze waarop zij met de adviezen rekening heeft gehouden.

De adviezen van het Comité worden ter kennis gebracht van de in de artikelen 27 en 29 bedoelde Comités.

Het Comité stelt zijn reglement van orde vast.