Art. 26 Verordening (EEG) nr. 2082/93, Beoordeling vooraf en evaluatie
1. De beoordeling vooraf en de evaluatie geschieden door de Lid-Staten en de Commissie in het kader van het partnerschap. De bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten leveren een bijdrage opdat deze beoordeling en evaluatie zo doelmatig mogelijk geschieden. Bij de beoordeling en de evaluatie worden in dit verband de verschillende elementen die het toezichtsysteem kan opleveren, gebruikt om het sociaal-economische effect van de acties te beoordelen, in voorkomend geval in nauwe samenwerking met de toezichtcomités.
Bijstand zal worden verleend wanneer uit de beoordeling vooraf blijkt dat de sociaal-economische voordelen op de middellange termijn evenredig zijn met de beschikbaar gestelde middelen.
2. Ten einde de doeltreffendheid van de communautaire bijstandsverlening te waarborgen, worden de acties met structurele doelstellingen onderworpen aan een beoordeling vooraf, aan toezicht en aan een evaluatie na afloop. De doeltreffendheid wordt in drieërlei opzicht gemeten:
- het algehele effect van de acties op de in artikel 130 A van het Verdrag genoemde doelstellingen, inzonderheid de versterking van de economische en sociale samenhang van de Gemeenschap;
- het effect van de in de plannen voorgestelde en binnen elk communautair bestek ondernomen acties;
- het effect van de operationele bijstandsverlening (programma's en dergelijke).
De beoordeling en de evaluatie geschieden, al naar gelang het geval, door de doelstellingen te vergelijken met de behaalde resultaten, gerelateerd aan op regionale en nationale statistische gegevens gebaseerde macro-economische en sectoriële doelstellingen en indicatoren, aan de algemene uitkomsten van beschrijvende analytische studies en aan onderzoekingen van kwalitatieve aard.
Bij de beoordeling en de evaluatie wordt rekening gehouden met de verwachte of behaalde sociaal-economische voordelen in het licht van de uitgetrokken middelen, alsook met de overeenstemming met het beleid van de Gemeenschap en het Gemeenschapsrecht als bedoeld in artikel 7, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2052/88 en met de voorwaarden voor de uitvoering van de acties.
3. Bij de opstelling van de communautaire bestekken en de behandeling van de individuele bijstandsaanvragen houdt de Commissie rekening met de uitkomsten van de volgens dit artikel uitgevoerde beoordelingen en evaluaties.
4. Het beginsel van en de werkwijze bij de beoordeling en de evaluatie worden nader bepaald in de communautaire bestekken.
5. De resultaten van de beoordelingen en de evaluaties worden aan het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comité voorgelegd in het kader van het in artikel 16 van Verordening (EEG) nr. 2052/88 bedoelde jaarverslag en driejaarlijks verslag.