Art. 21 Verordening (EEG) nr. 2082/93, Betalingen

Verordening (EEG) nr. 2082/93

1. De financiële bijstand wordt overeenkomstig de aangegane betalingsverplichtingen aan de hiertoe door de betrokken Lid-Staat in zijn aanvraag aangewezen nationale, regionale of lokale autoriteit of instantie in de regel uitbetaald binnen twee maanden na de ontvangst van de ontvankelijke aanvraag. Dit kan geschieden hetzij in de vorm van voorschotten, hetzij in de vorm van een definitieve betaling die betrekking heeft op daadwerkelijk verrichte uitgaven. Voor acties die zich over een periode van twee jaar of langer uitstrekken, zijn de betalingen gerelateerd aan de jaartranches van de in artikel 20, lid 2, bedoelde betalingsverplichtingen.

2. Nadat een betalingsverplichting is aangegaan, kan een voorschot worden uitbetaald van ten hoogste 50 %, waarbij rekening wordt gehouden met de aard van de betrokken actie.

3. Een tweede voorschot, dat zodanig is berekend dat de twee voorschotten samen ten hoogste 80 % van de aangegane betalingsverplichtingen belopen, wordt overgemaakt zodra de verantwoordelijke instantie officieel heeft verklaard dat het eerste voorschot ten minste voor de helft is besteed en de actie in een bevredigend tempo en overeenkomstig de doelstellingen wordt uitgevoerd.

Op de aan de eindbegunstigden uit te betalen bedragen mogen geen sommen worden ingehouden waardoor de financiële bijstand waarop zij recht hebben, wordt verlaagd.

4. Het saldo van iedere betalingsverplichting wordt betaald indien:

- de in lid 1 bedoelde aangewezen autoriteit of instantie binnen de zes maanden na het betrokken jaar of de daadwerkelijke voltooiing van de actie bij de Commissie een betalingsaanvraag indient,

- de in artikel 25, lid 4, bedoelde verslagen bij de Commissie zijn ingediend,

- de Lid-Staat bij de Commissie een verklaring indient waarbij de in de betalingsaanvraag en de verslagen verstrekte gegevens worden bevestigd.

5. De Lid-Staten wijzen de autoriteiten aan die gemachtigd zijn de in de leden 3 en 4 bedoelde verklaringen af te geven en zien erop toe dat de begunstigden de bedragen van de voorschotten en van de betalingen zo spoedig mogelijk ontvangen en in de regel niet later dan drie maanden na de ontvangst van de kredieten door de Lid-Staat, mits de aanvragen van de begunstigden voldoen aan de nodige voorwaarden om tot betaling over te gaan.

6. Voor studies en voor innovatiemaatregelen op initiatief van de Commissie stelt de Commissie de passende procedures vast.

Uitspraken die dit artikel aanhalen