Art. 20 Richtlijn 93/22/EEG
1. Om ervoor te zorgen dat de voor de markten en voor het toezicht bevoegde autoriteiten kunnen beschikken over de informatie die voor de vervulling van hun taak nodig is, stellen de Lid-Staten van herkomst ten minste de volgende eisen:
a) onverminderd de ter uitvoering van artikel 10 vastgestelde bepalingen, houden de beleggingsondernemingen alle relevante gegevens inzake de transacties betreffende de in artikel 14, lid 1, bedoelde diensten die zij met op een gereglementeerde markt verhandelde instrumenten hebben verricht, gedurende ten ministe vijf jaar ter beschikking van de autoriteiten, ongeacht of deze transacties al dan niet op een gereglementeerde markt hebben plaatsgevonden;
b) de beleggingsondernemingen melden alle onder a) bedoelde transacties bij een bevoegde autoriteit van hun Lid-Staat van herkomst, wanneer deze transacties betrekking hebben op:
- aandelen of andere instrumenten die toegang tot het kapitaal verlenen,
- obligaties en andere met obligaties gelijk te stellen instrumenten,
- gestandaardiseerde termijncontracten op aandelen,
- gestandaardiseerde opties op aandelen.
Deze melding moet binnen de kortst mogelijke tijd in het bezit van de autoriteit zijn. De termijn wordt door de autoriteit vastgesteld en mag tot het einde van de volgende werkdag lopen, indien zulks om operationele of praktische redenen nodig is, doch mag in geen geval langer duren.
De melding behelst met name de naam en het aantal van de gekochte of verkochte effecten, de datum en het uur van de transactie, de prijs van de transactie, en een eventuele wijze van identificatie van de beleggingsonderneming.
De Lid-Staten van herkomst mogen bepalen dat de in dit punt b) bedoelde verplichting ten aanzien van obligaties en daarmee gelijk te stellen instrumenten alleen geldt voor geaggregeerde transacties in hetzelfde instrument.
2. Wanneer een beleggingsonderneming op een gereglementeerde markt in een Lid-Staat van ontvangst een transactie verricht, kan de Lid-Staat van herkomst van zijn eigen voorschriften inzake melding afzien indien de beleggingsonderneming met betrekking tot dezelfde transactie gelijkwaardige meldingsvoorschriften moet nakomen tegenover de autoriteiten waaronder deze markt valt.
3. De Lid-Staten bepalen dat de in lid 1, onder b), bedoelde meldingen worden verricht hetzij door de beleggingsonderneming zelf of door een tradematchingstelsel, hetzij via de autoriteiten van een effectenbeurs of van een andere gereglementeerde markt.
4. De Lid-Staten zien erop toe dat de informatie die uit hoofde van dit artikel beschikbaar is, ook beschikbaar is met het oog op een goede toepassing van artikel 23.
5. Elke Lid-Staat mag op het door dit artikel bestreken gebied op niet-discriminerende wijze strengere bepalingen vaststellen of handhaven wat betreft inhoud en vorm van de bewaring en de melding van de gegevens over de transacties:
- die verricht zijn op een gereglementeerde markt waarvan die Lid-Staat de Lid-Staat van herkomst is;
- die tot stand gebracht zijn door beleggingsondernemingen waarvan die Lid-Staat de Lid-Staat van herkomst is.