Art. 23 Richtlijn 93/22/EEG
1. Ingeval in dezelfde Lid-Staat meer dan één autoriteit bevoegd is, werken deze autoriteiten voor het toezicht op de werkzaamheden van de in deze Lid-Staat werkende beleggingsondernemingen nauw samen.
2. De Lid-Staten zorgen ervoor dat deze samenwerking plaatsvindt tussen deze bevoegde autoriteiten en de openbare instanties die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op financiële markten en het toezicht op krediet- en andere financiële instellingen, alsmede op verzekeringsondernemingen met betrekking tot de respectieve instellingen waarop zij toezicht houden.
3. Ingeval beleggingsondernemingen via het verrichten van diensten of door vestiging van bijkantoren werkzaam zijn in een of meer andere Lid-Staten dan hun Lid-Staat van herkomst, werken de bevoegde autoriteiten van alle betrokken Lid-Staten nauw samen ten einde hun respectieve verantwoordelijkheden op de onder deze richtlijn vallende gebieden op een doeltreffender wijze uit te oefenen.
Zij verstrekken elkaar op verzoek alle gegevens betreffende de directie en de eigenaars van deze beleggingsondernemingen welke het toezicht kunnen vergemakkelijken, alsmede alle informatie die de controle op deze ondernemingen gemakkelijker kan maken. Met name werken de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat van herkomst samen ten einde het inwinnen door de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat van ontvangst van de in artikel 19, lid 2, bedoelde gegevens te waarborgen.
Voor zover zulks voor de uitoefening van hun controlebevoegdheden noodzakelijk mocht blijken, wordt door de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat van ontvangst aan de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat van herkomst mededeling gedaan van alle maatregelen die sancties jegens een beleggingsonderneming of beperkingen van de activiteiten van een beleggingsonderneming behelzen, welke door de Lid-Staat van ontvangst krachtens artikel 19, lid 6, worden getroffen.