Art. 7 Verordening (EEG) nr. 2081/92

Verordening (EEG) nr. 2081/92

1. Binnen zes maanden na de datum van de in artikel 6, lid 2, bedoelde bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen kan elke Lid-Staat tegen de registratie bezwaar aantekenen.

2. De bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten dragen er zorg voor dat alle personen die kunnen aantonen een wettig economisch belang te hebben, gemachtigd zijn om van de ingediende aanvraag kennis te nemen. Daarnaast en in overeenstemming met de bestaande situatie in de Lid-Staten kunnen zij andere partijen die een wettig belang hebben, inzage verlenen.

3. Iedere wettig betrokken natuurlijke of rechtspersoon kan tegen de overwogen registratie bezwaar aantekenen middels toezending van een naar behoren gegronde verklaring aan de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat waar hij verblijf houdt of is gevestigd. De bevoegde autoriteit treft de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze opmerkingen of deze bezwaren binnen de vereiste termijnen in overweging worden genomen.

4. Om ontvankelijk te zijn moet in ieder bezwaarschrift:

- of wel worden aangetoond dat aan de in artikel 2 bedoelde voorwaarden niet is voldaan;

- of wel worden aangetoond dat met de registratie van de voorgestelde naam schade wordt toegebracht aan een bestaande, geheel of gedeeltelijk homonieme benaming, of aan een bestaand merk, dan wel aan bestaande produkten die op het tijdstip van bekendmaking van deze verordening in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen legaal op de markt zijn;

- of wel nadere gegevens worden aangedragen op grond waarvan kan worden geconcludeerd dat de naam waarvoor registratie wordt aangevraagd, een soortnaam is.

5. Indien een bezwaar ontvankelijk is in de zin van lid 4, verzoekt de Commissie de betrokken Lid-Staten om binnen een termijn van drie maanden overeenkomstig hun interne procedures met elkaar tot een akkoord te komen.

a) Indien een akkoord wordt bereikt, brengen deze Lid-Staten alle onderdelen van dit akkoord, alsmede het standpunt van de aanvrager en van de opposant, ter kennis van de Commissie. Indien de uit hoofde van artikel 5 ontvangen gegevens niet zijn gewijzigd, volgt de Commissie de procedure van artikel 6, lid 4. In het tegenovergestelde geval leidt zij opnieuw de procedure van artikel 7 in.

b) Indien geen akkoord wordt bereikt, neemt de Commissie overeenkomstig de procedure van artikel 15 een besluit en houdt daarbij rekening met de loyale en traditionele gebruiken en met de werkelijke risico's van verwarring. Indien wordt besloten tot registratie, volgt de Commissie de procedure van artikel 6, lid 4.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen