Art. 10 Verordening (EEG) nr. 2081/92

Verordening (EEG) nr. 2081/92

1. De Lid-Staten zorgen ervoor dat uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening de controlestructuren in het leven zijn geroepen die tot taak hebben te waarborgen dat landbouwprodukten en levensmiddelen met een beschermde benaming aan de eisen van het produktdossier beantwoorden.

2. Een controlestructuur kan een of meer controlediensten en/of particuliere organisaties omvatten, die daartoe door de Lid-Staat zijn aangewezen, respectievelijk erkend. De Lid-Staten zenden de Commissie lijsten van de diensten en/of erkende organisaties en hun respectieve bevoegdheden. De Commissie maakt deze gegevens bekend in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

3. De aangewezen controlediensten en/of de particuliere organisaties moeten voldoende waarborgen bieden inzake objectiviteit en onpartijdigheid jegens elke producent of verwerker die aan hun controle wordt onderworpen, en voortdurend de nodige deskundigen en middelen beschikbaar hebben om landbouwprodukten en levensmiddelen met een beschermde benaming te controleren.

Indien een controlestructuur een gedeelte van de controles laat uitvoeren door een derde organisatie, moet die organisatie dezelfde waarborgen bieden. In dat geval echter blijven de aangewezen controlediensten en/of erkende particuliere organisaties jegens de betrokken Lid-Staat verantwoordelijk voor alle controles.

Vanaf 1 januari 1998 moeten particuliere organisaties, om in het kader van deze verordening door de Lid-Staten te worden erkend, voldoen aan de vereisten van norm EN 45011 van 26 juni 1989.

4. Indien de aangewezen controlediensten en/of particuliere organisaties van een Lid-Staat constateren dat een landbouwprodukt of levensmiddel met een beschermde benaming uit die Lid-Staat niet aan de eisen van het produktdossier beantwoordt, nemen zij de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat aan de bepalingen van deze verordening wordt voldaan. Zij stellen de Lid-Staat in kennis van de bij de uitoefening van hun controles getroffen maatregelen. De betrokken partijen moeten van alle genomen besluiten in kennis worden gesteld.

5. Een Lid-Staat moet de erkenning van een controleorganisatie intrekken indien niet meer aan de in de leden 2 en 3 bedoelde voorwaarden wordt voldaan. Hij deelt dit mee aan de Commissie, die een herziene lijst van erkende organisaties bekendmaakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

6. De Lid-Staten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat een producent die aan de bepalingen von deze verordening voldoet, toegang heeft tot het controlesysteem.

7. De kosten verbonden aan de in deze verordening bedoelde controles komen voor rekening van de producenten die de beschermde benaming gebruiken.

Vorige artikelen

Volgende artikelen