Art. 11 Verordening (EEG) nr. 2081/92

Verordening (EEG) nr. 2081/92

1. Elke Lid-Staat kan aanvoeren dat niet wordt voldaan aan een voorwaarde vermeld in het produktdossier van een landbouwprodukt of levensmiddel waarvoor een beschermde benaming geldt.

2. De in lid 1 bedoelde Lid-Staat legt zijn opmerkingen aan de betrokken Lid-Staat voor. De betrokken Lid-Staat onderzoekt de klacht en stelt de andere Lid-Staat op de hoogte van zijn bevindingen en van de genomen maatregelen.

3. Indien zich herhaaldelijk onregelmatigheden voordoen en de betrokken Lid-Staten niet tot overeenstemming kunnen komen, dient een naar behoren gestaafde klacht te worden gericht aan de Commissie.

4. De Commissie onderzoekt de klacht door de betrokken Lid-Staten te raadplegen. In voorkomend geval neemt de Commissie de nodige maatregelen na overleg met het comité van artikel 15. Deze maatregelen kunnen de nietigverklaring van de registratie behelzen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen