Art. 2 Verordening (EEG) nr. 2081/92
1. De communautaire bescherming van oorsprongsbenamingen en van geografische aanduidingen van produkten wordt verkregen overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.
2. In deze verordening wordt verstaan onder:
a) "oorsprongsbenaming": de naam van een streek, van een bepaalde plaats of, in uitzonderlijke gevallen, van een land, die wordt gebruikt in de benaming van een landbouwprodukt of levensmiddel:
- dat afkomstig is uit die streek, die bepaalde plaats of dat land en
- waarvan de kwaliteit of de kenmerken hoofdzakelijk of uitsluitend aan het geografische milieu, dat factoren van natuurlijke en menselijke aard omvat, zijn toe te schrijven en waarvan de produktie, de verwerking en de bereiding in het geografische gebied geschieden;
b) "geografische aanduiding": de naam van een streek, van een bepaalde plaats of, in uitzonderlijke gevallen, van een land, die wordt gebruikt in de benaming van een landbouwprodukt of levensmiddel:
- dat afkomstig is uit die streek, die bepaalde plaats of dat land en
- waarvan een bepaalde hoedanigheid, de faam of een ander kenmerk aan deze geografische oorsprong kan worden toegeschreven en waarvan de produktie en/of de verwerking en/of de bereiding in het bepaalde geografische gebied geschieden.
3. Als oorsprongsbenamingen worden eveneens beschouwd, bepaalde, al dan niet geografische, traditionele benamingen, indien zij een landbouwprodukt of levensmiddel van oorsprong uit een streek of bepaalde plaats aanduiden dat aan de voorwaarden van lid 2, onder a), tweede streepje, voldoet.
4. In afwijking van lid 2, onder a), worden bepaalde geografische benamingen van produkten waarvan de grondstoffen afkomstig zijn uit een geografisch gebied dat groter is dan of verschillend is van het verwerkingsgebied, gelijkgesteld met oorsprongsbenamingen, mits:
- het produktiegebied van de grondstof afgebakend is en
- er bijzondere voorwaarden aan de produktie van de grondstoffen zijn verbonden en
- er een controleregeling bestaat die de naleving van deze voorwaarden waarborgt.
5. In de zin van lid 4 worden alleen levende dieren, vlees en melk als grondstoffen beschouwd. Het gebruik van andere grondstoffen kan worden toegestaan volgens de procedure van artikel 15.
6. Om voor de afwijking van lid 4 in aanmerking te komen, moeten de betrokken benamingen of wel reeds erkend zijn als oorsprongsbenaming die nationale bescherming van de betrokken Lid-Staat geniet, of wel, indien een dergelijke regeling niet bestaat, hebben bewezen een traditioneel karakter te hebben alsmede uitzonderlijke faam en bekendheid te genieten.
7. Om voor de afwijking van lid 4 in aanmerking te komen, moeten de registratieaanvragen binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening worden ingediend.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HvJ EU 8 september 2009, C-478/07, ECLI:EU:C:2009:521
- HvJ EU 2 juli 2009, C-343/07, ECLI:EU:C:2009:415
- HvJ EU 25 oktober 2005, C-465/02, ECLI:EU:C:2005:636
- Gerecht EU 12 september 2007, T-291/03, ECLI:EU:T:2007:255
- HvJ EU 6 december 2001, C-269/99, ECLI:EU:C:2001:659
- HvJ EU 3 maart 2011, C-161/09, ECLI:EU:C:2011:110
- HvJ EU 8 mei 2014, C-35/13, ECLI:EU:C:2014:306
- HvJ EU 7 mei 1997, C-321/94, ECLI:EU:C:1997:229
- HvJ EU 6 maart 2003, C-6/02, ECLI:EU:C:2003:136
- HvJ EU 14 december 2000, C-99/99, ECLI:EU:C:2000:694
- HvJ EU 16 maart 1999, C-289/96, ECLI:EU:C:1999:141