Art. 3 Verordening (EEG) nr. 684/92
Vrij verrichten van diensten 1. Iedere vervoerder voor rekening van derden als bedoeld in artikel 1 mag zonder discriminatie op grond van nationaliteit of vestigingsplaats de in artikel 2 omschreven vervoersdiensten verrichten, indien hij
- in de staat van vestiging gemachtigd is tot het verrichten van geregeld, ongeregeld, of pendelvervoer met touringcars en met autobussen;
- voldoet aan de voorwaarden overeenkomstig de communautaire reglementering inzake de toegang tot het beroep van ondernemer van nationaal en internationaal personenvervoer over de weg;
- voldoet aan de reglementering inzake verkeersveiligheid ten aanzien van de normen voor bestuurders en voertuigen.
2. Iedere vervoerder voor eigen rekening als bedoeld in artikel 1 mag zonder discriminatie op grond van nationaliteit of vestigingsplaats vervoerdiensten verrichten als omschreven in artikel 13 indien hij:
- in de staat van vestiging gemachtigd is tot het verrichten van vervoerdiensten met touringcars en autobussen overeenkomstig de door de nationale wetgeving vastgestelde voorwaarden voor toegang tot de markt;
- voldoet aan de reglementering inzake verkeersveiligheid ten aanzien van de normen voor bestuurders en voertuigen. Artikel 4 Toegang tot de markt 1. Voor pendelvervoer met logies als omschreven in artikel 2, punt 2.2, alsmede voor ongeregeld vervoer als omschreven in artikel 2, punt 3.1, tweede alinea, onder a), b), c) en d), is geen vergunning vereist.
2. Voor de bijzondere vorm van geregeld vervoer als omschreven in artikel 2, punt 1.2, tweede alinea, onder a), b), c) en d), is geen vergunning vereist, mits het gedekt is door een tussen de organisator en de vervoerder gesloten overeenkomst.
3. Voor lege ritten van voertuigen in verband met het vervoer als bedoeld in de leden 1 en 2 is eveneens geen vergunning vereist.
4. Geregeld vervoer en pendelvervoer zonder logies zijn aan vergunning onderworpen overeenkomstig de artikelen 5 tot en met 10. Het in artikel 2, punt 3.1, onder e), omschreven resterende ongeregelde vervoer en de bijzondere vorm van geregeld vervoer, met uitsluiting van het in lid 2 van dit artikel bedoelde vervoer zijn eveneens aan vergunning onderworpen overeenkomstig deze artikelen.
5. De regeling voor het vervoer voor eigen rekening wordt vastgesteld in artikel 13. AFDELING II GEREGELD VERVOER, PENDELVERVOER ZONDER LOGIES EN ANDER AAN VERGUNNING ONDERWORPEN VERVOER