Art. 2 Verordening (EEG) nr. 684/92

Verordening (EEG) nr. 684/92

Definities Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende definities:

1. Geregeld vervoer

1.1. Geregeld vervoer is vervoer van personen met een bepaalde regelmaat en langs een bepaalde reisweg, waarbij op vooraf vastgestelde stopplaatsen reizigers mogen worden opgenomen of mogen worden afgezet. Geregeld vervoer is voor iedereen toegankelijk, ongeacht, in voorkomend geval, de verplichting om de reis te boeken.

1.2. Tevens wordt als geregeld vervoer beschouwd, ongeacht door wie het wordt georganiseerd, vervoer van bepaalde categorieën reizigers met uitsluiting van andere reizigers, voor zover dat vervoer op de in punt 1.1 bepaalde wijze geschiedt. Dergelijk vervoer wordt "bijzondere vorm van geregeld vervoer" genoemd.

De bijzondere vorm van geregeld vervoer omvat met name:

a) vervoer naar en van het werk van werknemers,

b) vervoer naar en van de onderwijsinstelling van scholieren en studenten,

c) vervoer tussen land van oorsprong en plaats van legering van militairen en hun gezinnen,

d) stedelijk vervoer in grensgebieden.

De aanpassing van de organisatie van het vervoer aan de wisselende behoeften van de gebruikers doet aan het geregelde karakter van de bijzondere vorm van het vervoer geen afbreuk.

1.3. Voor de organisatie van parallel of tijdelijk vervoer, met dezelfde cliënteel als bij het bestaande geregeld vervoer, het inzetten van extra voertuigen en de verhoging van de frequentie, het doorrijden op bepaalde stopplaatsen of het inlassen van extra stopplaatsen in het bestaande geregelde vervoer gelden dezelfde regels als die voor dat geregeld vervoer.

2. Pendelvervoer

2.1. Pendelvervoer is vervoer van vooraf samengestelde groepen reizigers in verscheidene heen- en terugreizen van dezelfde zone van vertrek naar dezelfde zone van bestemming. Deze groepen, bestaande uit reizigers die de heenreis hebben afgelegd, worden nadien weer naar de plaats van vertrek gebracht. Onder "zone van vertrek" en "zone van bestemming" wordt verstaan de plaats van vertrek en bestemming alsmede de plaatsen die gelegen zijn in een straal van 50 km.

Buiten de zone van vertrek en bestemming mogen groepen ten hoogste op drie verschillende plaatsen worden opgenomen, respectievelijk afgezet.

De zone van vertrek of bestemming en de bijkomende punten waar reizigers worden opgenomen of afgezet kunnen gelegen zijn op het grondgebied van één of meer Lid-Staten.

2.2. Pendelvervoer met logies is pendelvervoer waarbij, afgezien van het vervoer, op de plaats van bestemming en in voorkomend geval tijdens de reis logies met of zonder maaltijden wordt geboden aan ten minste 80 % van de reizigers.

De verblijfsduur van de reizigers op de plaats van bestemming bedraagt ten minste twee nachten.

Pendelvervoer met logies kan geëxploiteerd worden door een groep vervoerders die voor rekening van dezelfde opdrachtgever werken en de reizigers kunnen:

- hun terugreis met een andere vervoerder van dezelfde groep maken dan die van de heenreis, of

- onderweg, op het grondgebied van één van de Lid-Staten, overstappen in een voertuig van een andere vervoerder van dezelfde groep.

De namen van deze vervoerders, alsmede de overstapplaatsen onderweg, worden meegedeeld aan de bevoegde instanties van de betrokken Lid-Staten volgens een regeling die de Commissie na raadpleging van de Lid-Staten vaststelt.

2.3. In de zin van dit punt 2 wordt onder "vooraf samengestelde groep" verstaan een groep waarvan een overeenkomstig de voorschriften van de staat van vestiging verantwoordelijke instelling of persoon zich met het sluiten van de overeenkomst of de collectieve betaling van de prestatie heeft belast of alle boekingen en betalingen vóór het vertrek heeft ontvangen.

3. Ongeregeld vervoer

3.1. Ongeregeld vervoer is vervoer dat noch aan de definitie van geregeld vervoer, noch aan die van pendelvervoer beantwoordt.

Het omvat:

a) rondritten, dit wil zeggen vervoer waarbij met hetzelfde voertuig een of meer vooraf samengestelde groepen reizigers worden vervoerd en elke groep naar de plaats van vertrek wordt teruggebracht;

b) vervoer

- voor vooraf samengestelde groepen reizigers, waarbij de reizigers niet tijdens dezelfde reis naar de plaats van vertrek worden teruggebracht, en

- dat, in geval van een verblijf op de plaats van bestemming, tevens het logies of andere niet bij het vervoer of het logies bijkomstige toeristische diensten omvat;

c) vervoer dat georganiseerd wordt ter gelegenheid van speciale evenementen zoals studiedagen, conferenties of culturele en sportevenementen, en dat niet beantwoordt aan de definities in de punten a) en b);

d) vervoer dat omschreven wordt in de bijlage bij deze verordening;

e) vervoer dat niet beantwoordt aan de criteria van de punten a) tot en met d), zogenaamd resterend vervoer.

3.2. In de zin van dit punt 3 wordt onder "vooraf samengestelde groep" verstaan een groep:

a) waarvan een overeenkomstig de voorschriften van de Staat van vestiging verantwoordelijke instelling of persoon zich met het sluiten van de overeenkomst of de collectieve betaling van de prestatie heeft belast of alle boekingen en betalingen vóór het vertrek heeft ontvangen; en

b) die bestaat uit een aantal personen dat ten minste:

- twaalf of meer bedraagt, of

- gelijk is aan of hoger is dan 40 % van de capaciteit van het voertuig, de bestuurder daarin niet begrepen.

3.3. Het ongeregelde karakter van het in punt 3 bedoelde vervoer gaat niet verloren doordat het met een zekere regelmaat geschiedt.

3.4. Ongeregeld vervoer kan geëxploiteerd worden door een groep vervoerders die voor rekening van dezelfde opdrachtgever werken en de reizigers kunnen onderweg, op het grondgebied van een van de Lid-Staten, overstappen in een voertuig van een andere vervoerder van dezelfde groep.

De namen van deze vervoerders, alsmede de overstapplaatsen onderweg, worden meegedeeld aan de bevoegde instanties van de betrokken Lid-Staten volgens een regeling die de Commissie na raadpleging van de Lid-Staten vaststelt.

4. Vervoer voor eigen rekening

Vervoer voor eigen rekening is het vervoer dat door een onderneming voor haar eigen werknemers of door een vereniging zonder winstoogmerk ten behoeve van haar leden in het kader van haar sociale doel wordt verricht, mits:

- de vervoersactiviteit voor de onderneming of de vereniging slechts een bijkomende activiteit vormt,

- de gebruikte voertuigen eigendom van deze onderneming of vereniging zijn of door haar op afbetaling zijn aangekocht of waarvoor een leasingovereenkomst op lange termijn is afgesloten en mits zij door een personeelslid van de onderneming of door een lid van de vereniging worden bestuurd.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen