Art. 9 Verordening (EEG) nr. 684/92

Verordening (EEG) nr. 684/92

Verval van een vergunning 1. Onverminderd artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 1191/69 (7) vervalt de vergunning voor geregeld vervoer aan het eind van de geldigheidsperiode of drie maanden nadat de instantie van afgifte van de houder mededeling heeft ontvangen van diens voornemen de exploitatie van die vervoerdienst te beëindigen. De mededeling dient met redenen te zijn omkleed.

2. Indien de behoefte aan vervoer niet meer aanwezig is, wordt de in lid 1 genoemde termijn teruggebracht tot één maand.

3. De instantie van afgifte geeft de bevoegde instanties van de andere betrokken Lid-Staten kennis van het vervallen van de vergunning.

4. De vergunning voor pendelvervoer zonder logies vervalt op de datum die door de houder is vermeld in diens kennisgeving aan de instantie van afgifte.

5. De vergunninghouder dient de gebruikers van de vervoerdienst via passende publiciteit een maand van te voren in te lichten omtrent de beëindiging van de vervoerdienst.

Vorige artikelen

Volgende artikelen