Art. 1 Verordening (EEG) nr. 684/92
Toepassingsgebied 1. Deze verordening is van toepassing op het internationaal vervoer van personen met touringcars en met autobussen op het grondgebied van de Gemeenschap, verricht door vervoerders voor rekening van derden of voor eigen rekening die in een Lid-Staat overeenkomstig diens wetgeving zijn gevestigd, door middel van in die Lid-Staat ingeschreven voertuigen die naar constructie en uitrusting geschikt zijn voor het vervoer van meer dan negen personen, de bestuurder inbegrepen, en daartoe zijn bestemd, alsmede op de lege ritten van voertuigen in verband met dit vervoer.
Deze verordening is van toepassing ongeacht of het vervoer over een deel van het traject met een ander vervoermiddel geschiedt, dan wel tijdens het vervoer van voertuig wordt gewisseld.
2. Voor vervoer vanuit een Lid-Staat naar een derde land en omgekeerd, is deze verordening, voor het traject over het grondgebied van de Lid-Staat waar reizigers worden opgenomen of afgezet, van toepassing zodra de noodzakelijke overeenkomst tussen de Gemeenschap en het betrokken derde land is gesloten.
3. In afwachting van de sluiting van overeenkomsten tussen de Gemeenschap en de betrokken derde landen, doet deze verordening niet af aan de bepalingen inzake het in lid 2 bedoelde vervoer als opgenomen in de tussen Lid-Staten en deze derde landen gesloten bilaterale overeenkomsten. De Lid-Staten trachten deze overeenkomsten evenwel aan te passen om ervoor te zorgen dat het beginsel van non-discriminatie tussen de communautaire vervoersondernemingen wordt nageleefd.