Art. 2
In deze richtlijn wordt verstaan onder:
1. "rauwe melk", melk die is afgescheiden door de melkklier van een of meer koeien, ooien, geiten of buffelkoeien, en die niet is verwarmd tot boven 40 oC en die evenmin een behandeling met een gelijkwaardig effect heeft ondergaan;
2. "melk bestemd voor de bereiding van produkten op basis van melk", hetzij rauwe melk bestemd voor verwerking, hetzij vloeibare of bevroren melk, verkregen uit rauwe melk, die al dan niet een toegestane fysische behandeling, zoals een warmtebehandeling of een thermisatie, heeft ondergaan en waarvan de samenstelling al dan niet is gewijzigd, mits deze wijziging beperkt blijft tot het toevoegen en/of het onttrekken van natuurlijke melkbestanddelen;
3. "warmtebehandelde consumptiemelk", hetzij voor verkoop aan een eindverbruiker en aan collectiviteiten bestemde consumptiemelk die is verkregen door een warmtebehandeling en die wordt aangeboden in de vormen omschreven in bijlage C, hoofdstuk I, onderdeel A, punt 4, onder a), b), c) en d), hetzij door pasteurisatie behandelde melk voor bulkverkoop op verzoek van de individuele consument;
4. "produkten op basis van melk", zuivelprodukten, dat wil zeggen produkten die uitsluitend zijn verkregen uit melk, met dien verstande dat stoffen die voor de bereiding ervan noodzakelijk zijn, mogen worden toegevoegd, mits deze stoffen niet worden gebruikt voor de volledige of gedeeltelijke vervanging van één van de bestanddelen van de melk, en produkten die zijn samengesteld uit melk, dat wil zeggen produkten waarvan geen enkel element in de plaats komt van een melkbestanddeel of bedoeld is om daarvoor in de plaats te komen en waarvan de melk of een zuivelprodukt een essentieel bestanddeel is, hetzij door de hoeveelheid, hetzij omdat het effect kenmerkend is voor deze produkten;
5. "warmtebehandeling", elke behandeling door verhitting die, onmiddellijk na de toepassing ervan, een negatieve reactie bij de fosfatasetest tot gevolg heeft;
6. "thermisatie", verhitting van rauwe melk gedurende ten minste 15 seconden tot een temperatuur tussen 57 oC en 68 oC, zodat de melk na deze behandeling positief reageert op de fosfatasetest;
7. "produktiebedrijf", een bedrijf met een of meer koeien, ooien, geiten of buffelkoeien voor de melkproduktie;
8. "centraal melkdepot", een inrichting waar rauwe melk verzameld en eventueel gekoeld en gezuiverd mag worden;
9. "centrum voor standaardisering", een inrichting die niet verbonden is aan een centraal melkdepot of een melkbehandelings- of melkverwerkingsinrichting, waarin rauwe melk mag worden afgeroomd of waarin het gehalte aan natuurlijke melkbestanddelen mag worden gewijzigd;
10. "melkbehandelingsinrichting", een inrichting waar melk een warmtebehandeling ondergaat;
11. "melkverwerkingsinrichting", een inrichting en/of een produktiebedrijf waar melk en produkten op basis van melk worden behandeld, verwerkt en verpakt;
12. "bevoegde autoriteit", de centrale autoriteit van een Lid-Staat die belast is met de uitvoering van de gezondheids- en de veterinairrechtelijke controles of elke autoriteit waaraan zij deze taak heeft overgedragen;
13. "onmiddellijke verpakking", het beschermen van de in artikel 1, lid 1, bedoelde produkten door middel van een eerste omhulsel of een eerste bergingsmiddel dat rechtstreeks in contact komt met het betrokken produkt, alsmede het eerste omhulsel of het eerste bergingsmiddel zelf;
14. "eindverpakking", het plaatsen van een of meer in artikel 1, lid 1, bedoelde produkten die al dan niet van een onmiddellijke verpakking zijn voorzien, in een bergingsmiddel, alsmede het bergingsmiddel zelf;
15. "hermetisch gesloten recipiënt", luchtdicht bergingsmiddel dat bestemd is om de inhoud tijdens en na de hittebehandeling te beschermen tegen het binnendringen van micro-organismen;
16. "in de handel brengen", het in het bezit hebben of uitstallen met het oog op verkoop, het te koop aanbieden, het verkopen, het leveren of het op enige andere wijze overdragen in de Gemeenschap, met uitzondering van de detailverkoop, die onderworpen moet worden aan de bij de nationale regelgeving voor de detailhandel voorgeschreven controles;
17. "handelsverkeer", handelsverkeer tussen Lid-Staten in goederen in de zin van artikel 9, lid 2, van het Verdrag.
Bovendien zijn, zo nodig, van toepassing de definities van:
- artikel 2 van Richtlijn 64/432/EEG van de Raad van 26 juni 1964 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens (1),
- artikel 2 van Richtlijn 91/68/EEG van de Raad van 28 januari 1991 inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer in schapen en geiten (2),
- artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 1411/71 van de Raad van 29 juni 1971 houdende aanvullende voorschriften voor de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten met betrekking tot de produkten van post 04.01 van het gemeenschappelijk douanetarief (3), en
- artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 1898/87.