Art. 7 Verordening (EEG) nr. 2092/91
1. Produkten die op de dag van aanneming van deze verordening niet zijn toegelaten voor een in artikel 6, lid 1, onder b), aangegeven doel kunnen in bijlage II worden opgenomen, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a) indien aangewend voor de bestrijding van parasieten en ziekten bij planten:
- moeten de produkten van essentieel belang zijn voor de bestrijding van een bijzondere parasiet of ziekte van een gewas, waarvoor geen andere biologische, gewastechnische, fysische of plantenteeltalternatieven ter beschikking staan en - moeten de gebruiksvoorwaarden van de produkten ieder rechtstreeks contact met het zaad, het gewas of de gewasprodukten uitsluiten; bij behandeling van overblijvende gewassen mag evenwel recht- streeks contact plaatsvinden, doch alleen buiten het groeiseizoen van de eetbare delen (vruchten), voor zover de toepassing van het produkt niet indirect tot de aanwezigheid van residuen van het produkt in de eetbare delen leidt en - mag de aanwending ervan niet resulteren in of bijdragen tot onaanvaardbare effecten op en verontreiniging van het milieu;
b) indien aangewend voor bemesting en grondverbetering:
- moeten de produkten van essentieel belang zijn voor specifieke voedingsbehoeften van het gewas of voor specifieke bodemverbeteringsdoeleinden waaraan niet kan worden voldaan met de in bijlage I genoemde praktijken en - mag de aanwending ervan niet resulteren in of bijdragen tot onaanvaardbare effecten op of verontreiniging van het milieu.
2. Zo nodig kan voor elk in bijlage II opgenomen produkt het volgende worden gespecificeerd:
- de gedetailleerde beschrijving van het produkt;
- de gebruiksvoorwaarden en de eisen inzake samenstelling en/of oplosbaarheid, in het bijzonder met het oog op de noodzaak te zorgen voor een zo gering mogelijke hoeveelheid residuen van deze produkten op eetbare delen van het gewas en eetbare gewasprodukten en een zo gering mogelijk effect op het milieu;
- bijzondere etiketteringsvoorschriften voor de in artikel 1 bedoelde produkten, indien die produkten worden verkregen met behulp van bepaalde in bijlage II bedoelde produkten.
3. Wijzigingen in bijlage II betreffende opneming of schrapping van in lid 1 bedoelde produkten of opneming of wijzigingen van de specificaties als bedoeld in lid 2 worden door de Commissie vastgesteld volgens de procedure van artikel 14.
4. Indien een Lid-Staat van mening is dat een produkt aan bijlage II moet worden toegevoegd of dat deze bijlage moet worden gewijzigd, zendt hij langs de officiële weg een dossier met een motivering voor de opneming of de wijzigingen toe aan de andere Lid-Staten en aan de Commissie, die het voorlegt aan het in artikel 14 bedoelde Comité.
Controlesysteem