Art. 11 Verordening (EEG) nr. 2092/91
1. Onverminderd artikel 5 mogen de in artikel 1 bedoelde produkten die uit een derde land worden ingevoerd, slechts in de handel worden gebracht indien a) zij van oorsprong zijn uit een derde land dat is opgenomen in een bij besluit van de Commissie volgens de procedure van artikel 14 vast te leggen lijst, en indien zij afkomstig zijn uit een regio of een produktie-eenheid die, in voorkomend geval, is vermeld in het met betrekking tot dat derde land vastgestelde besluit en zijn gecontroleerd door een eventueel in dat besluit genoemde controleorganisatie, en b) de bevoegde instantie of controleorganisatie van dat derde land een controlecertificaat heeft afgeleverd waarin wordt verklaard dat de in het certificaat genoemde partij:
- is verkregen volgens een produktiemethode waarbij gelijkwaardige regels worden toegepast als die bedoeld in de artikelen 6 en 7, en - is gecontroleerd in kader van een controleregeling die na het in lid 2, onder b), bedoelde onderzoek als gelijkwaardig is erkend.
2. Om uit te maken of een derde land op zijn verzoek voor bepaalde in artikel 1 bedoelde produkten kan worden opgenomen in de lid 1, onder a), bedoelde lijst, wordt met name rekening gehouden met:
a) de waarborgen die het derde land, althans met betrekking tot de voor de Gemeenschap bestemde produktie, kan bieden ten aanzien van de toepassing van gelijkwaardige regels als die bedoeld in de artikelen 6 en 7;
b) de doeltreffendheid van de controlemaatregelen die, althans met betrekking tot de voor de Gemeenschap bestemde produktie, gelijkwaardig moeten zijn aan die van de artikelen 8 en 9, om de naleving van de onder a) bedoelde regels te garanderen.
Rekening houdende met deze elementen kan de Commissie in haar besluit de regio's of de produktie-eenheden van oorsprong preciseren of de organisaties aanduiden waarvan de controle gelijkwaardig wordt geacht.
3. Het in lid 1, onder b), genoemde certificaat a) moet de goederen vergezellen tot in de onderneming van de eerste ontvanger; dit moet het originele exemplaar zijn. Daarna dient de importeur het certificaat ten minste twee jaar ter beschikking te houden van de controlerende instantie;
b) moet worden opgesteld volgens de bepalingen en overeenkomstig het model die volgens de procedure van artikel 14 worden vastgesteld.
4. Uitvoerige voorschriften voor de tenuitvoerlegging van dit artikel kunnen worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 14.
5. Bij de behandeling van het verzoek van een derde land eist de Commissie dat dit alle nodige informatie verschaft; voorts kan zij deskundigen opdracht geven onder haar gezag ter plaatse de in het betrokken derde land daadwerkelijk toegepaste regels voor de produktie en controlemaatregelen te bestuderen.
Vrij verkeer binnen de Gemeenschap