Art. 6 Verordening (EEG) nr. 2092/91

Verordening (EEG) nr. 2092/91

1. De biologische produktiemethode houdt in dat voor de produktie van de in artikel 1, onder a), bedoelde produkten:

a) in elk geval de voorschriften van bijlage I alsook, indien van toepassing, de betreffende uitvoeringsbepalingen ervan worden nageleefd;

b) alleen produkten bestaande uit in de bijlagen I en II genoemde produkten mogen worden gebruikt als bestrijdingsmiddel, detergens, meststof of bodemverbeteringsmiddel; deze produkten mogen alleen worden gebruikt met inachtneming van de specifieke voorwaarden van de bijlagen I en II en voor zover het overeenkomstige gebruik in de algemene landbouw in de betrokken Lid-Staat is toegelaten overeenkomstig de ter zake geldende communautaire voorschriften of de met de communautaire wetgeving in overeenstemming zijnde nationale voorschriften.

2. In afwijking van lid 1, onder b), mogen zaden die behandeld zijn met niet in bijlage II genoemde, maar in de betrokken Lid-Staat voor de algemene landbouw toegelaten produkten, worden gebruikt, indien de gebruiker van deze zaden naar het oordeel van de controlerende instantie kan aantonen dat hij geen onbehandelde zaden van het juiste ras van de betrokken soort op de markt heeft kunnen aanschaffen.