Art. 8 Richtlijn 91/628/EEG
De Lid-Staten zien erop toe dat, met inachtneming van de in Richtlijn 90/425/EEG vastgestelde beginselen en voorschriften inzake controles, de bevoegde autoriteiten toezien op de naleving van deze richtlijn aan de hand van niet discriminerende controles van:
a) de vervoermiddelen en dieren bij hun aankomst op de plaatsen van bestemming;
b)
de vervoermiddelen en dieren op markten, vertrekplaatsen, halteplaatsen en overlaadplaatsen;
c)
de vermeldingen in de begeleidende documenten.
Bovendien kunnen er controles worden verricht tijdens het vervoer van dieren op het grondgebied van een Lid-Staat wanneer de bevoegde autoriteit van die Lid-Staat over gegevens beschikt die een overtreding doen vermoeden.
Dit artikel laat de controles die worden verricht in het kader van taken die door de instanties belast met de algemene wetstoepassing in een Lid-Staat op niet discriminerende wijze worden uitgevoerd, onverlet.