Art. 5 Richtlijn 91/628/EEG

Richtlijn 91/628/EEG

De Lid-Staten zien erop toe dat:

1. iedere natuurlijke of rechtspersoon die dieren vervoert met winstoogmerk:

a) is geregistreerd, zodat de bevoegde autoriteit kan controleren of aan de eisen van deze richtlijn is voldaan;

b)

voor het vervoer van de in deze richtlijn bedoelde dieren gebruik maakt van vervoermiddelen die het mogelijk maken aan de eisen van de bijlage te voldoen;

c)

de dieren niet vervoert of doet vervoeren onder zodanige omstandigheden dat zij worden blootgesteld aan letsels of onnodig lijden;

2.

degene die verantwoordelijk is voor het vervoer van dieren:

a)

het vervoer toevertrouwt aan personeel dat over de vereiste kennis beschikt om de vervoerde dieren eventueel op passende wijze te verzorgen;

b)

voor reizen die, van de plaats van vertrek tot de plaats van bestemming, meer dan 24 uur duren, een zodanige reisroute - inclusief de eventuele halte- en overlaadplaatsen - vaststelt dat de dieren kunnen rusten en kunnen worden gevoederd en gedrenkt en eventueel kunnen worden uitgeladen en ergens ondergebracht met inachtneming van de in deze richtlijn voor het te vervoeren soort dier vastgestelde eisen;

c)

afhankelijk van de vervoerde diersoort en wanneer de te ondernemen reis meer dan 24 uur duurt, kan aantonen dat maatregelen zijn genomen om te voorzien in de behoeften aan drinken en voedsel van de vervoerde dieren tijdens de reis, zelfs wanneer het reisschema wordt gewijzigd of de reis door onvoorziene omstandigheden wordt onderbroken;

d)

zich ervan vergewist dat de dieren zonder vertraging naar hun plaats van bestemming worden vervoerd, onverminderd de normale rusttijden voor de chauffeurs;

e)

de vervoerde dieren tijdens de reis vergezeld laat gaan van het origineel van het onder b) bedoelde reisschema, waarop ook de datum, de plaats en het uur van vertrek zijn aangegeven;

f)

gedurende een door de bevoegde autoriteit vastgestelde periode een duplicaat van bovengenoemd reisschema bewaart, dat op verzoek van de bevoegde autoriteit voor eventuele controle kan worden overgelegd;

g)

zich ervan vergewist dat, wanneer de dieren zonder begeleider worden vervoerd, de verzender voor de overdracht van de dieren de bepalingen van deze richtlijn heeft nageleefd en dat de ontvanger de nodige maatregelen heeft getroffen om de dieren in ontvangst te nemen;

3.

de halteplaatsen, die van tevoren door de in punt 2 bedoelde verantwoordelijke zijn bepaald, regelmatig door de bevoegde autoriteit worden gecontroleerd.

Uitspraken die dit artikel aanhalen