Art. 7 Richtlijn 91/628/EEG
1. De Lid-Staten zien erop toe dat de nodige maatregelen worden genomen om elke vertraging bij het vervoer of elk lijden van de dieren te voorkomen of tot een minimum te beperken, indien als gevolg van stakingen of andere omstandigheden deze richtlijn niet kan worden toegepast. Met name moeten in havens, luchthavens, spoorwegstations, op rangeerterreinen en bij inspectieposten aan de grens als bedoeld in artikel 6 van Richtlijn 91/496/EEG speciale regelingen worden getroffen om het vervoer van dieren te bespoedigen onder omstandigheden die in overeenstemming zijn met de eisen van deze richtlijn.
2. Onverminderd andere communautaire veterinairrechtelijke voorschriften mag geen enkele zending dieren tijdens het vervoer worden opgehouden, tenzij dat strikt noodzakelijk is voor het welzijn van de vervoerde dieren. Wanneer een zending dieren tijdens het vervoer gedurende meer dan twee uren moet worden opgehouden, dienen passende maatregelen te worden getroffen om de dieren te kunnen verzorgen en, indien nodig, uit te laden en ergens onder te brengen.