Art. 13 Richtlijn 91/628/EEG

Richtlijn 91/628/EEG

1. De Commissie legt vóór 1 juli 1992 een verslag voor dat is opgesteld op basis van een advies van het Wetenschappelijk Veterinair Comité, en eventueel vergezeld gaat van voorstellen, betreffende

- de vaststelling van maximumtijden gedurende welke bepaalde soorten dieren mogen worden vervoerd,

- de tussenpozen als bedoeld in hoofdstuk I, A, punt 2, onder d), van de bijlage,

- de rustperiode als bedoeld in artikel 5, punt 2, onder b),

- de normen voor de beladingsdichtheid voor het vervoer van bepaalde soorten dieren,

- de normen waaraan de vervoermiddelen moeten voldoen voor het vervoer van bepaalde soorten dieren.

De Raad spreekt zich met gekwalificeerde meerderheid van stemmen over deze voorstellen uit.

2. De Commissie stelt volgens de procedure van artikel 17 en na raadpleging van het Wetenschappelijk Veterinair Comité de communautaire criteria vast waaraan de halteplaatsen moeten voldoen voor wat betreft het voederen, het drenken, het in- en uitladen en het eventueel onderbrengen van bepaalde soorten dieren.

3. Drie jaar na de tenuitvoerlegging van deze richtlijn dient de Commissie bij de Raad een verslag in over de ervaringen van de Lid-Staten met name wat betreft de in de leden 1 en 2 genoemde bepalingen, eventueel vergezeld van voorstellen tot wijziging van deze bepalingen, waarover de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een besluit neemt.

4. In afwachting van de tenuitvoerlegging van de in de leden 1 en 2 bedoelde bepalingen zijn de nationale voorschriften ter zake van toepassing met inachtneming van de algemene bepalingen van het Verdrag.