Art. 9 Richtlijn 91/628/EEG
1. Indien tijdens het vervoer wordt geconstateerd dat niet aan deze richtlijn wordt of is voldaan, verzoekt de bevoegde autoriteit van de plaats waar zulks wordt vastgesteld, degenen die verantwoordelijk zijn voor het vervoermiddel, de maatregelen te nemen die de bevoegde autoriteit nodig acht om het welzijn van de betrokken dieren te garanderen.
Naar gelang van de omstandigheden kunnen die maatregelen behelzen dat:
a) de reis wordt stopgezet of dat de dieren langs de kortste weg naar de plaats van vertrek worden teruggezonden, voor zover daardoor geen onnodig lijden van de dieren wordt veroorzaakt;
b)
de dieren adequaat worden ondergebracht en verzorgd totdat het probleem is opgelost;
c)
de dieren op humane wijze worden geslacht. De bestemming en het gebruik van de geslachte dieren worden geregeld volgens het bepaalde in Richtlijn 64/433/EEG (1).
2. Indien degene die verantwoordelijk is voor het vervoer geen gevolg geeft aan de instructies van de bevoegde autoriteit, laat deze laatste de betrokken maatregelen onmiddellijk uitvoeren en zorgt zij ervoor dat de bij de uitvoering van de maatregelen gemaakte kosten op de juiste wijze worden verhaald.
3. Deze richtlijn laat de beroepsmogelijkheden uit hoofde van de in de Lid-Staten geldende wetgeving tegen beslissingen van de bevoegde autoriteiten onverlet.
De door de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten genomen beslissingen moeten met opgave van redenen aan de verzender of diens gemachtigde alsmede aan de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat van verzending worden meegedeeld.
Deze met redenen omklede beslissingen moeten desgevraagd schriftelijk aan de verzender of diens gemachtigde worden meegedeeld met vermelding van de beroepsmogelijkheden die de in de Lid-Staat van bestemming geldende wetgeving biedt, en van de vorm waarin en de termijn waarbinnen de betreffende procedures moeten worden ingeleid.
In geval van onenigheid kunnen beide partijen echter, indien zij daarmee instemmen, hun geschil binnen een maand ter beoordeling voorleggen aan een deskundige die op een door de Commissie op te stellen lijst van deskundigen van de Gemeenschap staat.
De deskundige moet binnen 72 uur advies uitbrengen. Beide partijen voegen zich naar het advies van de deskundige met inachtneming van de communautaire veterinaire wetgeving.