Art. 2 Richtlijn 91/628/EEG
1. Voor de toepassing van deze richtlijn zijn de definities in artikel 2 van de Richtlijnen 89/662/EEG (1), 90/425/EEG, 90/675/EEG (2) en 91/496/EEG voor zover nodig van toepassing.
2. Voorts wordt verstaan onder:
a) "vervoermiddel": de voor het inladen en vervoeren van dieren gebruikte gedeelten van voertuigen voor vervoer over de weg of per spoor, schepen en luchtvaartuigen, alsmede containers voor het vervoer over land, over zee of door de lucht;
b)
"vervoer": elke verplaatsing van dieren met behulp van een vervoermiddel, het in- en uitladen van de dieren inbegrepen;
c)
"halteplaats": een plaats waar het vervoer wordt onderbroken om de dieren te laten rusten, te voederen of te drenken;
d)
"overlaadplaats": een plaats waar het vervoer wordt onderbroken om de dieren van het ene op het andere vervoermiddel over te laden;
e)
"plaats van vertrek": de plaats waar, onverminderd het bepaalde in artikel 1, lid 2, onder b), een dier voor het eerst op het vervoermiddel wordt geladen, alsmede alle plaatsen waar de dieren zijn uitgeladen en gedurende ten minste tien uren zijn ondergebracht, gedrenkt, gevoederd en in voorkomend geval verzorgd, met uitzondering van halte- en overlaadplaatsen.
Ook overeenkomstig de communautaire wetgeving erkende markten en verzamelplaatsen kunnen als plaats van vertrek worden beschouwd,
- indien de eerste inlaadplaats minder dan 50 km van die markten of verzamelplaatsen verwijderd is;
- indien de dieren, wanneer de in het eerste streepje bedoelde afstand meer dan 50 km bedraagt, gedurende een volgens de procedure van artikel 17 te bepalen periode rust hebben gekregen en zijn gevoederd en gedrenkt alvorens zij opnieuw worden ingeladen;
f)
"plaats van bestemming": de plaats waar een dier definitief uit een vervoermiddel wordt uitgeladen, met uitzondering van halteplaatsen en overlaadplaatsen;
g)
"reis": het vervoer van de plaats van vertrek naar de plaats van bestemming.