Art. 9 Verordening (EEG) nr. 3201/90

Verordening (EEG) nr. 3201/90

1. Het effectieve alcoholgehalte bedoeld in artikel 2, lid 1, punt g), in artikel 11, lid 1, punt f), in artikel 20, lid 1, punt b), in artikel 25, lid 1, punt e), en in artikel 26, lid 1, punt c), van Verordening (EEG) nr. 2392/89 wordt in hele of halve volumepercenten aangeduid.

Onverminderd de foutenmarges die zijn toegestaan bij de ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 1108/82 van de Commissie(14) toegepaste referentieanalysemethode, mag het vermelde effectieve alcoholgehalte niet meer dan 0,5 % vol hoger noch lager zijn dan het bij de analyse vastgestelde gehalte.

Bij de controle van v.q.p.r.d. die gedurende meer dan drie jaar in flessen is opgeslagen, mogen de bevoegde diensten evenwel een verruiming van die foutenmarge met 0,3 % vol toestaan.

Het cijfer ter aanduiding van het effectieve alcoholgehalte wordt gevolgd door het symbool % vol en mag worden voorafgegaan door de woorden effectief alcoholgehalte of de afkorting alc.. De betrokken aanduiding wordt op de etikettering vermeld in cijfers en letters met een hoogte van ten minste 5 millimeter indien het nominale volume groter is dan 100 centiliter, van 3 millimeter indien het nominale volume 100 centiliter of minder, doch meer dan 20 centiliter bedraagt, en van 2 millimeter indien het nominale volume gelijk is aan of kleiner is dan 20 centiliter.

2. Het andere analytische gegeven dan het effectief alcoholgehalte dat mag worden vermeld op de etikettering van wijn en druivemost als bedoeld in artikel 2, lid 2, punt f), in artikel 11, lid 2, punt g), in artikel 25, lid 2, punt d), en in artikel 26, lid 2, punt f), van Verordening (EEG) nr. 2392/89, is het bij de analyse geconstateerde gehalte aan suikerresiduen. Het wordt aangegeven in gram per liter.

Voor de op hun grondgebied gebottelde produkten mogen de Lid-Staten evenwel toestaan dat het gehalte aan suikerresiduen wordt aangevuld of vervangen door de vermelding van het potentiële alcoholgehalte door aanvulling van het overeenkomstig lid 1 aangeduide effectieve alcoholgehalte met het cijfer voor het potentiële alcoholgehalte, voorafgegaan door het symbool + en gevolgd door het symbool % vol. Het potentiële alcoholgehalte wordt aangeduid in volumepercenten of tienden van volumepercenten. Het vermelde potentiële alcoholgehalte mag niet meer bedragen dan het bij analyse vastgestelde gehalte. Het mag ten hoogste 0,2 % vol lager zijn dan het bij analyse vastgestelde gehalte.

3. Wanneer het totaal alcoholgehalte wordt vermeld, met name voor gedeeltelijk gegiste most, mag het vermelde gehalte niet meer dan 0,5 % vol hoger of lager zijn dan het bij de analyse vastgestelde gehalte.

Het cijfer ter aanduiding van het totale alcoholgehalte wordt gevolgd door het symbool % vol en wordt voorafgegaan door de woorden totaal alcoholgehalte of alcoholtotaal. Deze aanduiding wordt op de etikettering aangebracht in cijfers en letters die ten minste even hoog zijn als die waarmee het effectief alcoholgehalte is vermeld.

4. De in artikel 20, lid 1, punt b), en in artikel 27, lid 1, punt b), van Verordening (EEG) nr. 2392/89 bedoelde dichtheid van druivemost en geconcentreerde druivemost wordt aangeduid als volgt:

a)voor druivemost, door vermelding van het woord dichtheid gevolgd door het overeenkomstige cijfer; de producerende Lid-Staten kunnen evenwel voor een op 31 augustus 1991 aflopende overgangsperiode bepalen dat de dichtheid van druivemost die op hun grondgebied in het verkeer wordt gebracht, wordt uitgedrukt in graden Oechsle;

b)voor geconcentreerde druivemost en gerectificeerde geconcentreerde druivemost, door vermelding van het woord refractometergetal, gevolgd door het overeenkomstige cijfer.

5. De op de etikettering aangegeven dichtheid mag niet hoger zijn dan de bij de analyse van het betrokken produkt werkelijk geconstateerde dichtheid.

Vorige artikelen

Volgende artikelen