Art. 11 Verordening (EEG) nr. 3201/90
1. Elke producerende Lid-Staat deelt voor tafelwijn die is omschreven als Landwein, vin de pays, vino típico, vino de la tierra, ïíïìáóßá êáôÜ ðáñÜäïóç of ïßíïò ôïðéêüò en vinho regional overeenkomstig artikel 2, lid 3, punt i), van Verordening (EEG) nr. 2392/89, aan de Commissie het volgende mede:
-zo spoedig mogelijk nadat hij is opgesteld, de lijst met namen van de in artikel 4, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2392/89 bedoelde kleinere geografische eenheden dan de Lid-Staat die mogen worden gebruikt, alsmede de bepalingen voor het gebruik van vorengenoemde vermeldingen en namen;
-de wijzigingen die achteraf worden aangebracht in de lijst en de bepalingen als bedoeld in het eerste streepje.
De Commissie draagt ervoor zorg dat de namen van de geografische eenheden die haar krachtens het bepaalde in de eerste alinea worden medegedeeld, in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen, C-reeks, worden bekendgemaakt.
2. De in artikel 26, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2392/89 bedoelde lijst van met een geografische aanduiding omschreven ingevoerde wijnen is opgenomen in bijlage II.
De in de lijst voorkomende namen worden op zodanige wijze vermeld dat zij op de etikettering van de betrokken ingevoerde wijn duidelijk te onderscheiden zijn van de andere aanduidingen, met name van de in artikel 26, lid 2, punt b), van Verordening (EEG) nr. 2392/89 bedoelde geografische aanduidingen.