Art. 38 Verordening (EEG) nr. 3665/87
1. De Lid-Staten kunnen het netto-restitutiebedrag onder die hierna omschreven bijzondere voorwaarden aan de exporteur voorschieten, wanneer het bewijs wordt geleverd dat de produkten behoudens overmacht binnen dertig dagen na de aanvaarding van de aangifte ten uitvoer zijn opgeslagen in onder douanetoezicht staande ruimten, bestemd voor het opslaan van produkten voor de bevoorrading in de Gemeenschap van:
-zeeschepen,
-luchtvaartuigen gebruikt in het verkeer op internationale lijnen, met inbegrip van intracommunautaire lijnen,
-boor- of produktieplatforms als bedoeld in artikel 42.
De onder douanetoezicht staande ruimten, hierna bevoorradingsdepots te noemen, en de depothouder moeten speciaal voor de toepassing van dit artikel zijn erkend.
2. De Lid-Staat op het grondgebied waarvan zich het bevoorradingsdepot bevindt, erkent slechts depothouders en bevoorradingsdepots die de nodige waarborgen bieden. De erkenning kan worden ingetrokken.
Erkend worden slechts de depothouders die zich schriftelijk ertoe verbinden:
a)de produkten voor de bevoorradingen in de Gemeenschap van:
-zeeschepen,
-luchtvaartuigen in gebruik voor het verkeer op internationale lijnen, met inbegrip van intracommunautaire lijnen, en -boor- en produktieplatforms als bedoeld in arti- kel 42,
in ongewijzigde staat of diepgevroren en/of na verpakking aan boord te brengen;
b)een register bij te houden dat de bevoegde instanties in staat stelt de nodige controles uit te voeren en waarin met name worden vermeld:
-de datum van inslag in het bevoorradingsdepot,
-de nummers van de douanedocumenten waarvan de produkten vergezeld gaan en de naam van het betrokken douanekantoor,
-de gegevens die volgens artikel 3, lid 5, nodig zijn voor de identificatie van de produkten,
-de datum van vertrek van de produkten uit het bevoorradingsdepot,
-het inschrijvingsnummer en eventueel de naam van het zeeschip of de zeeschepen of van het luchtvaartuig of de luchtvaartuigen aan boord waarvan de produkten zijn gebracht of de naam van het volgende depot,
-de datum van het aan boord brengen;
c)dit register nog ten minste drie jaar na het einde van het lopende kalenderjaar te bewaren;
d)medewerking te verlenen aan elke, met name periodieke, controlemaatregel die de bevoegde instanties wenselijk achten om na te gaan of het bepaalde in dit lid wordt nageleefd;
e)de bedragen te betalen die in geval van toepassing van artikel 40 van hen zullen worden gevorderd als terugbetaling van de restitutie.
3. Het bedrag dat de exporteur op grond van lid 1 wordt uitgekeerd, wordt door de instantie die het voorschot heeft betaald, als een betaling geboekt.
4. Voor de toepassing van dit artikel en van artikel 40 wordt onder nettobedrag van de restitutie verstaan het bedrag van de restitutie, in voorkomend geval gecorrigeerd met het te heffen monetaire compenserende bedrag of met het te heffen compenserende bedrag toetreding.