Art. 43 Verordening (EEG) nr. 3665/87

Verordening (EEG) nr. 3665/87

1. Leveranties voor de proviandering buiten de Gemeenschap worden voor de vaststelling van de toe te kennen restitutievoet met de in artikel 34, lid 1, onder a), bedoelde leveranties gelijkgesteld.

2. Lid 1 is van toepassing op voorwaarde dat wordt bewezen dat de daadwerkelijk aan boord gebrachte goederen dezelfde zijn als die welke met dit doel het douanegebied van de Gemeenschap hebben verlaten.

3.a)Het bewijs van directe leverantie aan boord voor proviandering wordt geleverd met een douanedocument of een document dat is geviseerd door de douaneautoriteiten van het derde land waar de goederen aan boord zijn gebracht; dit document kan volgens het model in bijlage IV worden opgesteld.

Het moet worden ingevuld in een of meer officiële talen van de Gemeenschap en in een taal die in het betrokken derde land in gebruik is.

Onder directe leverantie wordt verstaan de levering van een container of een niet-gesplitste partij produkten die aan boord van een schip wordt gebracht.

b)Wanneer de uitgevoerde produkten niet voor directe leverantie zijn bestemd en in het derde land van bestemming onder een regeling voor douanetoezicht worden geplaatst alvorens deze aan boord voor proviandering worden afgeleverd, kan het bewijs dat ze aan boord zijn gebracht, met de volgende documenten worden geleverd:

-een douanedocument of een document dat door de douaneautoriteiten van het derde land is geviseerd en waarin wordt verklaard dat de produkten in een bevoorradingsdepot zijn geplaatst en dat zij uitsluitend voor proviandering zullen worden gebruikt; dit document kan volgens het model in bijlage IV worden opgesteld, en -een douanedocument of een document dat is geviseerd door de douaneautoriteiten van het derde land waar de goederen aan boord zijn gebracht en waarin wordt verklaard dat de produkten aan boord zijn afgeleverd; dit document kan worden opgesteld volgens het model in bijlage IV.

c)Indien de onder a) of onder b), tweede streepje, bedoelde documenten niet kunnen worden overgelegd, kan de Lid-Staat ermee instemmen dat het bewijs wordt geleverd met een door de scheepskapitein of een andere scheepsofficier van dienst ondertekend certificaat van ontvangst dat van het scheepsstempel is voorzien.

Indien de onder b), tweede streepje, bedoelde documenten niet kunnen worden overgelegd, kan de Lid-Staat ermee instemmen dat het bewijs wordt geleverd met een door een beambte van de luchtvaartmaatschappij ondertekend certificaat van ontvangst dat van het stempel van deze maatschappij is voorzien.

d)De bovengenoemde documenten mogen slechts door de Lid-Staten worden aanvaard indien zij volledige gegevens over de aan boord geleverde produkten bevatten en indien de leveringsdatum, het registratienummer en, indien deze bestaat, de naam van het schip of het luchtvaartuig, onderscheidenlijk van de schepen of luchtvaartuigen erin zijn vermeld. Om te garanderen dat de als boordproviand geleverde hoeveelheden overeenstemmen met de normale behoeften van de bemanningsleden en van de passagiers van het betrokken schip of luchtvaartuig, mogen de Lid-Staten eisen dat aan hen nadere inlichtingen of aanvullende documenten worden verstrekt.

4. In alle gevallen moeten bij het verzoek om betaling een kopie of fotokopie van het vervoerdocument alsmede het document waaruit blijkt dat de voor proviandering bestemde produkten zijn betaald, worden gevoegd.

5. De produkten of goederen die onder het in artikel 38 bedoelde stelsel zijn geplaatst, mogen niet voor de in lid 3, onder b), bedoelde leveranties worden gebruikt.

6. Artikel 19 is van overeenkomstige toepassing.

7. In het in dit artikel bedoelde geval zijn de bepalingen van artikel 35 niet van toepassing.