Art. 35 Verordening (EEG) nr. 3665/87

Verordening (EEG) nr. 3665/87

1. Voor leveranties als bedoeld in de artikelen 34 en 42 kunnen de Lid-Staten voor de betaling van de restituties toestemming verlenen om in afwijking van artikel 3 de hierna beschreven procedure te gebruiken. De exporteur die van deze procedure gebruik maakt, kan niet tegelijkertijd voor een zelfde produkt de normale procedure aanwenden.

De toestemming kan worden beperkt tot bepaalde plaatsen waar in de Lid-Staat van uitvoer waar de aangifte ten uitvoer is aanvaard, produkten aan boord worden gebracht. De toestemming kan betrekking hebben op in andere Lid-Staten aan boord gebrachte produkten, in welk geval artikel 6 van toepassing is.

2. Voor de elke maand overeenkomstig dit artikel aan boord gebrachte produkten wordt voor de bepaling van de restitutie of voor de bepaling van de aanpassingen die eventueel nodig zijn indien de restitutie vooraf is vastgesteld, de laatste dag van de maand in aanmerking genomen.

3. Wanneer de restitutie vooraf of in het kader van een inschrijving wordt vastgesteld, moet het certificaat op de laatste dag van de maand geldig zijn.

4. De exporteur moet een controleregister bijhouden waarin de volgende gegevens worden vermeld:

a)de gegevens die volgens artikel 3, lid 5, voor de indentificatie van de produkten nodig zijn;

b)de naam of het inschrijvingsnummer van het zeeschip of de zeeschepen of van het luchtvaartuig of de luchtvaartuigen aan boord waarvan de produkten zijn gebracht;

c)de datum van het aan boord brengen.

De in de eerste alinea bedoelde gegevens moeten in het register voorkomen uiterlijk op de eerste werkdag na die waarop de produkten aan boord zijn gebracht. Wanneer de produkten evenwel in een andere Lid-Staat aan boord worden gebracht, moeten bovenbedoelde gegevens in het register voorkomen uiterlijk op de eerste werkdag na die waarop de exporteur ervan in kennis moet zijn gesteld dat de produkten aan boord zijn gebracht.

Voorts moet de exporteur medewerking verlenen aan de door de Lid-Staten nodig geachte controlemaatregelen en moet hij het controleregister gedurende ten minste drie jaar na het einde van het lopende kalenderjaar bewaren.

5. De Lid-Staten kunnen bepalen dat het register mag worden vervangen door de bij elke leverantie gebruikte documenten waarop de douaneautoriteiten de datum hebben vermeld waarop de produkten aan boord zijn gebracht.